woensdag 30 december 2015

Het worden weer Schiere monniken.

Of het schiere (waar je het mee eens kunt zijn) monniken geworden zijn, valt niet zomaar te zeggen. Geen een is mij meer bekend. Ze lopen wel in pij op straat tegenwoordig, zoals de recente documentaire voor tv laat zien. Dat is een stap terug ten opzichte van de tijd dat ik ze kende en toen het er nog heel wat waren. Toen zijn verschillenden buiten een gewoon pak gaan dragen. Ze hoorden bij de samenleving. Ze waren niet exotisch en het apegapen waard. Ik heb het over de monniken van Abdij Sion, Diepenveen. Ze moeten verhuizen, omdat ze het in het te groot geworden klooster niet redden. Een goede, want historisch verantwoorde keuze, dat zeker, om Schiermonnikoog weer een plek te maken waar Schiere (grijsgrauwe, vandaag zwart-witte) monniken rond lopen en een woon- en vierstee krijgen.

Nieuwswaarde, herinneringen
Opmerkelijk zoveel nieuwswaarde deze verhuizing kennelijk heeft. Getuige kranten en tv. Maar ook diverse Facebook-reacties uit het hele land, zij het verschillenden van mensen die ik uit Groningen ken, toen ik daar studeerde. Maar ook hier in Deventer waar deze monniken vandaag vandaan komen, omdat de gemeente Diepenveen al enkele jaren geleden opgeslokt is door de gemeente Deventer. Verschillende mensen hebben het erover, alsof het klooster niet alleen bekend was in deze contreien, maar dat het ook een bepaalde betekenis had. Minstens vriendelijk bejegend werd. Niet alleen door katholieken. Nou, mooi, want zo'n vriendelijke bejegening wens ik de kloosterlingen van vandaag ook toe.

Zoals gewoonlijk ben ik in het holletje van het jaar altijd wat met herinneringen bezig. Ze komen vanzelf op, als ik naar de top 2000 luister of kijk. Het nieuws over Sion is echter ook zo'n feit dat direct herinneringen op doet komen. Ongeveer aan dezelfde tijd, de eind zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw. Er was een levendig oecumenisch contact tussen de hervormde gemeente Wesepe en het klooster, met de paters. Mijn moeder, domineesvrouw, mocht er zelfs binnen het slot komen. Dat wil zeggen binnen dát gedeelte van het klooster waar niet-kloosterlingen niet welkom waren en zeker vrouwen niet, waar ze zichzelf konden zijn. Het was de tijd dat de monniken van Sion graag naar Wesepe (dorp tussen Deventer en Raalte met een overheersend hervormde bevolking) kwamen in de Kerstnachtdienst om liederen ten gehore te brengen en mee te zingen. Ze kwamen vermoedelijk ook graag, omdat ze even onder de gewone mensen konden zijn dan en op de pastorie een kopje koffie mochten komen drinken. Het was de tijd dat we met een jongerenkoor uit Wesepe in de kapel van het klooster mochten zingen. Speciaal op Witte Donderdag.

Dagelijks leven
Met verschillende individuele paters waren er contacten. Die kwamen soms ook uit zichzelf aanwaaien. Pater Thomas kwam regelmatig een theologisch en maatschappelijk gesprek voeren. Hem hebben mijn zus Désiréé en ik ooit voor het Deventer Dagblad een interview afgenomen. De krant gaf lezers daartoe gelegenheid toen. Pater Leon kwam als mede-Leidenaar nog wel eens langs (mijn vader woonde lange tijd in Leiden), maar vooral ook als muziek- en liturgieliefhebber (als cantor van het klooster). Bijzonder was dat hij eens wilde horen van welke muziek ik hield. Hij wilde de muziek van die dagen leren kennen. Hij wilde jongeren leren kennen. Pink Floyd, Santana en Jimi Hendrix, maar ook 'A whiter shade of pale' van Procol Harum kreeg hij te horen. Vast ook, mijn favorieten kennende, zullen de Rolling Stones niet ontbroken hebben. Aan het einde van mijn schooltijd, bij het eindexamenfeest dat mijn huidige huiseigenaar Bart en ik hielden, was hij nota bene de disc jockey. Hij had geweldige muziekinstallaties gemaakt en nam er een mee om te gebruiken tijdens dat feest.
Dan was er pater Augustinus, de organist bij de koorzang. Hij kwam soms zo maar langs op een ochtend, op zijn fiets. Hij wel in pij trouwens. Gewapend met tassen vol bladmuziek. Hij kwam na een kopje koffie graag op de piano van mijn moeder spelen. In het kader van het oecumenische werk in Wesepe kwamen dan tenslotte de paters Rainerus en Lebuinus nogal eens over de vloer. Zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan. Het kwam zover dat op de verjaardagen van mijn ouders altijd een delegatie van het klooster, incl. Vader Abt, een glaasje mee kwam drinken.
Een verhaal als dit kunnen niet veel mensen vertellen, wil ik wedden. Zeker na lange tijd kan ik zeggen dat dit dus eigenlijk heel bijzonder was. Toen hoorde het zo ongeveer bij het dagelijkse leven.

In de serene kloostergangen
Een heel bijzondere dimensie van dit contact was wel dat ik zelf van tijd tot tijd een weekje in het klooster mocht doorbrengen. Binnen. Niet in het gastenverblijf, maar echt binnen, op een monnikencel. Ik mocht mee zingen in het koor, bij alle getijden, in de koorbanken - mijn mooiste en grondleggende oecumenische ervaring - en ik mocht mee eten in de refter. Genieten van de stilte tijdens het eten. Enkel tikkende messen en vorken te horen op de borden van email. Mijn bord ophouden voor een pater of broeder die langs kwam om je te bedienen. De pater van dienst las uit een stichtelijk werk voor. Het enige dat er aan stemgeluid viel te horen tijdens zo'n middagmaaltijd. De ellende was alleen, voor mij tenminste, dat voorgelezen werd uit een werk van de Hongaarse bisschop Mindzenty. Dat was voor mij eerder anti-mystiek en anti-spiritueel. Enkel anti-communistische klanken waren te horen. Van die typische Koude Oorlogsklanken waar zelfs geen zweem van wil tot dialoog te horen viel. In een tijd waarin ik steeds linkser werd was dat bijna om onpasselijk van te worden.
Wat individuele monniken van dat geklets vonden, weet ik niet. Misschien vonden ze het wel een voorbeeld van de maatschappijbetrokkenheid van die dagen. Maar ik begon er ook niet over, als ik met verschillenden van hen samen was. Het was eigenlijk niet de sfeer die daar heerste. Er was bij velen grote openheid ten aanzien van andersdenkenden. In het gastenverblijf waren in die dagen velen die na een politieke strijdperiode in studenten- en democratiseringsbeweging kwamen afkicken en tot rust komen. De term 'alternatief' had toen nog geen gebroken betekenis. Het kon ook slaan op de hippie- en liefde-alom-beweging van die dagen. Vaak waren het dezelfde mensen. De politiek- en mystiekgeïnteresseerden. Zij het misschien wel met verschillende accenten. De een meer politiek en de ander meer mystiek geïnteresseerd. Iets daarvan is in de muziekinteresse van mensen te bespeuren voor groepen als Pink Floyd, Janis Joplin, The Grateful Dead en noem ze maar op uit de hoek van Westcoast-, Underground-, Blues- en Folkmusic. Leon hield rond deze muziek op donderdagavonden sessies. In een ruimte van het gastenverblijf in het klooster stonden de kaarsen aan, de stoelen aan de kant, de kussens op de vloer, vers geplukte bossen bloemen in het midden. Er werd nog net niet geblowd. Maar het zou er prima passen.

'Stilte, zekerheid, verlangen'
Serene stilte
brengt de raderen in beweging
Hallucinatie
van de donkere kloostergangen
als de binnenkamer
van de wereld
met een venster
op de eeuwigheid
zwart-wit
heit de klepel
maar weet ik waar die hangt?
het eeuwige
raakt hier de eeuwigheid
dat is de enige zekerheid
het verlangen
speelt de hoofdrol
in het stuk
van het leven
maar verlangen waarnaar?
bestaat er een uitkomst?
(29 juni 1972)

Han Dijk.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen