zondag 27 oktober 2013

Bundeling van verhaaltjes.

Kort geleden vond ik er een mogelijke uitgever voor. In ieder geval een die mij raad geeft. Hier in Deventer nota bene. Zo ongeveer om de hoek. Getipt door een van de barkeepers van de Zevende Hemel die in een ruimte van de uitgeverij zijn atelier heeft. Heb ik altijd al eens gedacht dat het leuk zou zijn om al de in de loop der jaren geschreven verhaaltjes eens te bundelen in een boekje. Misschien niet allemaal. Welke wel, welke niet? Natuurlijk ook: zou dat wel kunnen? Dit soort vragen zijn aan de orde.

Een kleine bloemlezing:

De Gelagkamer
De middagbus is voorbij. Het is weer stil geworden bij van der Werff. Hier en daar zitten mensen in hun eentje met de krant te knisperen of met zijn tweeën te fluisteren. De ballen op het groene laken tikken tegen elkaar aan. Iemand is aan het oefenen en legt de ballen weer terug op de uitgangspositie. De ober in het zwarte pak rammelt met koffiekopjes en rinkelt met lepeltjes. De ouwe brompot sluipt binnen, ook in zijn wat fladderige oberpak. Zijn haar als altijd door de war. Hij draait een zwaar shagje. Kort groet hij, kijkend over de rand van zijn brilletje heen. De bleke februarimiddagzon verlicht een enkel met het aloude bruin-verschoten kleedje bedekt tafeltje.
(Schiermonnikoog, 2 februari 2006)


De gitaar van kastdeurenhout
Hoe had ik dat toch indertijd? Wat deed The Queen mij eigenlijk? De laatste paar weken twee keer uitvoerige aanrakingen met deze rockband. Een dvd-uitvoering van een concert in Madison Square Garden in NY, aan de overkant in café Cross Roads. Nu een uitvoerige documentaire van de BBC, zoals enkel de BBC rock-documentaires kan maken. Verschillende jaren met 'Bohemian Rhapsodie' aan de top van de top 2000. Als er weer eens een kampioenschap wordt behaald horen we al gauw 'We are the champions'. 'We will rock you', 'An other one bites the dust' en zo nog een heel aantal melodieën zijn me eigenlijk zo bekend als wat. Zij waren me enkel niet echt bekend als songs vanThe Queen. Ze deden me niets ten tijde van hun roem en terwijl ze hits scoorden. Zelfs dus niet in de zeventiger jaren, toen er wel andere niewe ontwikkelingen waren die wel binnenkwamen bij mij. Nu ijzersterk, maar toen?
Zo raar dat zo slecht na te gaan is na al die tijd wat daar eigenlijk de reden van was. Het was wel zo dat ik na de middelbare schooltijd in Deventer min of meer opgehouden was de ontwikkelingen op de voet te volgen. Geen Superclean Dreammachine meer voor de radio, op woensdagmiddag. Geen kelder van Wagenvoort meer waar veel ochtenden spijbeltijd heengingen met nieuwe platen beluisteren, zonder dat het een probleem was dat ik eigenlijk nooit wat kocht.

Bijzonder dan de verhalen over de zeker oorspronkelijk aanwezige en kennelijk lang voortdurende grote armoede  waar deze sterren in verkeerden en het feit dat de gitarist Brian May zijn gitaar van zijn vader kreeg. Die was een eenvoudige meubelmaker. Hij maakte die gitaar van kastdeurenhout. Jan de Boer, zelf gepassioneerd gitarist, vertelde mij dit verhaal aan de bar, terwijl het grote, de hele achterwand beslaande scherm bol stond van spetterende Queen. Nu, in de documentaire, vertelde hij het verhaal zelf. Zijn vader had het nooit zien zitten dat zijn gestudeerde zoon zijn toekomst weggooide en rockster werd. Madison Square Garden was de omslag. Zijn vader moet toen gezegd hebben: 'now I get it'. En May pinkte een traan weg.
(Deventer, 29 mei 2011)

Zompig heet
Alsof ik voortdurend door de Hortus loop. Onder de bomen aan de oever van de Saigonrivier is het wel uit te houden. Windje. Dranktentje. Enkel Coca cola, dat wel. Prachtig plekje. Aan een buitengewoon smerige, gekanaliseerde arm van deze rivier. Met veel lawaai, stank en zwarte uitlaatwalmen beweegt zich een vrachtwagen door mijn gezichtsveld. De uitlaat lijkt los te hangen. Wel wat irritant de niet aflatende stroom van koopmannetjes en -vrouwtjes en onvermoeibaar aandringende cyclo-rijders. Het kost geen enkele moeite om met mensen in contact te komen, maar of dat zo moet? Voortdurend wordt je aangeklampt. Twee schitterende vrouwen strijken neer. Dat dan ook wel weer. Heel intrigerende gezichten. Duizenden brommers, vespas en een enkele verdwaalde auto toeteren, alsof het leven ervan afhangt. Zonder ophouden. Vermoeiend. Eindeloos veel indrukken. Spannend om te zien hoe mensen hier leven. Als om toch vooral ook een soort thuisgevoel te krijgen: er rijdt plotseling een Nederlandse gele DAF-bus voorbij, het 9292-nummer keurig op de achterkant en HAARLEM in het display aan de voorkant. Bizar wel.
(Ho Tsji Minhstad, 19 april 1996 om 12.30.)


Waarom eigenlijk zo'n boekje? Wat hebben anderen hieraan? Voordat ik verder ga: er is niets op tegen dat wie dit leest alvast voor zichzelf nagaat hoe hij/zij op deze kleine bloemlezing aan verhaaltjes reageert en dat mij kenbaar maakt. Dat kan bemoedigen om toch echt uitgave door te zetten. Het maakt ook explicieter duidelijk wat anderen, jij dus, hieraan kunnen hebben. Juist in deze fase, nu nog bekeken wordt of zo'n boekje tot de mogelijkheden behoort. Een goede vriendin van me vroeg me of schrijven voor mij een van me af schrijven is. Ook of het me steeds om iets nieuws gaat en of ik denk steeds iets nieuws te scheppen en of dat dan nooit over gaat.

Beelden
In de loop der jaren heb ik altijd van zulke verhaaltjes geschreven, kortere en langere. Niet iedere dag. Maar in de loop der tijd is er een behoorlijk omvangrijke verzameling gegroeid. Soms ook hier of daar gepubliceerd. Zelfs een serie gedichten uit mijn middelbare schooltijd in Deventer zijn bewaard. Naar mijn eigen bescheiden mening nog niet eens zulke slechte gedichten. Ze verrassen me nog steeds. Heb ik die gemaakt? Wanneer ik in mijn leven iets tegen kwam dat indruk op me maakte, iets goeds, iets bijzonders, iets moois, iets verrassends, iets wat me maar niet los liet of me gewoonweg een glimlach op het gezicht toverde heb ik het opgeschreven. Ik wilde het vasthouden, voor later ooit eens, zoals waarom en wanneer je fotoos maakt of misschien schilderijen. Beelden van iets indrukwekkends en een beeldende weergave. Beelden om anderen in te kunnen laten delen. Misschien wel, omdat ik veel alleen reisde en niet direct ter plaatse met iemand dingen kon delen en dat toch wel graag wilde.
Zo ervaar ik deze verhaaltjes ook altijd: als een soort fotoos die nu wellicht samen komen in een mededeelbaar fotoalbum of fotobestand. Of als een soort schilderijen in een te bezoeken schilderijententoonstelling. Of dat nu wat nieuws is, nieuwe schepping op grond van de wens daartoe zou ik zo niet kunnen zeggen. Zeker zit er iets in van van me afschrijven. Van mezelf tot rust brengen en iets van een orde aanbrengen in een enorme brei aan indrukken die je met je mee kunt slepen en die ook belastend kunnen zijn. Wie de verhaaltjes lezen kunnen er  misschien dingen in herkennen of hun eigen verhaal aan vast knopen, mee associëren. Het kleine kan soms beeld zijn van iets veel groters waarvan de betekenis dan pas echt eigenlijk tot je doordringt.

Loont het?
Ook is er gewoonweg sprake van een mogelijkheid die ik zelf in handen heb om geld op tafel te brengen, geld om mijn boterham wat lekkerder te kunnen beleggen. Geen afhankelijkheid van opdrachtgevers hier. Behalve natuurlijk van uitgevers op de een of andere manier. Dat brengt me op een ander punt. De actie die ik nu onderneem helpt me de weg te vinden in de (on)mogelijkheden van het uitgeven van een boek. Straks de uitgave van mijn grote boek over 'de zending van de kerk in de buurt, gezien in een globaliserende samenhang' (werktitel). Tenslotte kan ik hier zeggen dat ik door het aan te durven gewoon maar aan zo'n boekje te werken de positief te interpreteren kant van Neoliberalisme op mij in laat werken. Er is en blijft een belangrijke zeer negatieve kant aan dit systeem dat het kwetsbare mensen en sectoren principieel onderuit haalt. Dit hier maar even terzijde. Daar heb ik het elders in mijn blogs al regelmatig over gehad. Hier gaat het over de positieve drang om er gewoon maar aan te gaan staan en maar te zien of het zal lonen (zo'n term maar weer wel in dit verband). Immaterieel hoop ik dat er belangstelling voor is. Materieel gesproken hoop ik dat het wat geld op tafel brengt. Ook al is duidelijk dat ik er niet rijk van zal worden.

Han Dijk.