maandag 30 december 2013

In de geest van Mandela.

Waar was jij toen? In dit geval: wat dacht jij toen Mandela overleed? Wat kwam er in je op? Het viel me niet mee om überhaupt op gedachten te komen. Vooralsnog reageerde ik allereerst op wat we te zien kregen. Massa's hotemetoten die vanuit de hele wereld naar hem toe reisden om hem een soort van laatste eer te bewijzen. Bijna, zoals de volkeren naar de berg Sion optrokken of de wijzen uit het Oosten naar de stal in Bethlehem. Natuurlijk, hij was een groot man en verdiende de aandacht van de hele wereld. Verdienden allen die hem bezochten het ook om hem te bezoeken?

Wat doet het me?
In een reactie op een discussie in een LinkedIn-themagroepje schreef ik: 'Veel gedachten kun je aan deze grote man wijden en zijn ook tot uitdrukking gebracht. Mijn probleem: wie hem niet bevrijdden en daar zelfs geen moeite ooit voor deden roepen nu om het hardst dat hij een held van de mensheid is. Beeld dat bleef hangen: De grote Obama (hier vooral als president van de VS gezien)  schudde de kleine Raul Castro de hand. Zal de grote VS nu eindelijk ophouden met de economische boycot van deze kleintjes die een veel grotere bijdrage leverden aan de bestrijding van Apartheid dan deze grote superstaat? Daar ergens begint leven in de geest van Mandela, lijkt me.'

Aan Sabine, een goede vriendin uit het Duitse Zuiden, schreef ik: 'Ik was onder de indruk. Alleen kwam tegelijkertijd ook de vraag: hoe kunnen allen die hem vroeger voor terrorist uitmaakten menen dat een held van de mensheid is heengegaan? Oké, misschien moeten we dan maar zeggen dat er nog veel goeds zal gaan gebeuren in de naaste toekomst, wanneer zulke mensen werkelijk menen wat ze zeggen: in de geest van Mandela te zullen en moeten handelen'.

Er begon pas wat in me te borrelen, toen ik op de zondag van zijn gedenken, 15 december jl., al zappend op AT5 uitkwam, midden in de speech van Conny Braam, lange tijd voorzitster van de Anti-Apartheidsbeweging Nederland (AABN). Ze hield hem in de Melkweg. Of ze ook in Schouwburg was en daar wat gezegd heeft waar op dezelfde middag de hotemetoten bijeen waren, weet ik niet. Ze sprak recht bij mij naar binnen, toen ze zei: 'Hier zijn tenminste de mensen van de straat bij elkaar. Zij die de strijd voerden.' Braam hield een bewogen toespraak waarbij ze tevreden gromde, als er bijval te bespeuren was. Bijval bij opmerkingen in de sfeer van wat ze beleefde aan de handdruk van Obama aan Castro: 'dat kleine landje Cuba was er tenminste vanaf het begin bij in tegenstelling tot de grote VS'. Ze had geen behoefte aan aanwezigheid in Zuid Afrika bij de begrafenis van de man. Wel haalde ze op hoe ze hem leerde kennen en hoe ze überhaupt met ANC-mensen bezig was en hen 'camoufleerde' met behulp van Nederlandse theatermensen en grimeurs tijdens de Operatie Vula. Ook maakte ze duidelijk hoe Hannie Schaft voor haar een inspirerende rol speelde. Ze hoopte maar dat Nelson Mandela voor velen op de wereld een vergelijkbare rol zal kunnen spelen. Zij had een foto van Hannie in haar huis hangen en ze merkte dat verschillende ANC-ers graag een copietje van die foto meenamen voor onderweg. Zo sijpelde de indrukwekkendheid van deze man via de kieren van hoe kleine mensen hiermee bezig zijn of waren in mij binnen.

Aan de oppervlakte
Wat via de kieren binnen kwam werd de afgelopen twee weken dan toch nog heel veel. Ik begon van allerlei al lezend op te halen of voor een deel ook nieuw te zien. Verschillende aspecten van het vele waar Mandela voor stond kwamen aan de oppervlakte die de moeite van het bedenken waard zijn. Aspecten die nu juist níet door de hotemetoten van deze wereld naar voren zullen worden gebracht of hooguit af en toe in een bijzin misschien. Ik noem ze hier even en hoop er vervolgens een paar opmerkingen bij te kunnen maken zonder dat het een voldragen onderzoek behelst of behelsen kan in een blog.
De Operatie Vula oftewel een verrassend bijdrage vanuit Nederland aan de strijd van het ANC. Men wilde de in ballingschap verkerende leiding weer onder de mensen in Zuid-Afrika zelf brengen en in contact met hen de hopelijk laatste fase van de strijd ingaan. Dan is er de ook door Pik Botha erkende beslissende invloed van de Cubaanse aanwezigheid in Angola. Tenslotte - en dan hebben we het al over na de vrijlating van Mandela en de overwinning van de strijd van het ANC - de gecompliceerde situatie van de tijd van de onderhandelingen. Rabiate resten van het Apartheidsbewind die nog even een felle terreur uitoefenden om de bevolking zich met iets anders bezig te laten houden dan met pogingen om toch zoveel mogelijk uit de onderhandelingen met Mandela en Mbeki te kunnen halen. De tragiek van het behalen van een overwinning op politiek vlak: one man one vote-democratie. Maar tegelijk het doorgedrukt krijgen van een neoliberale en asociale economische ontwikkeling, alsof het daarbij slechts om een technische aangelegenheid zou gaan. In dit licht ook nog de leerschool die Mandela bij een bezoek aan het World Economic Forum in Davos (1992) onderging van nota bene de Nederlandse PvdA-minister van financiën, toentertijd Wim Kok (!), dat er economisch toch echt geen alternatief was voor een politiek van bezuinigingen in de sociale sector (oftewel in het geval van ZA het niet kunnen doorvoeren van het beoogde sociale programma) en privatisering (oftewel geen beoogde nationalisering van mijnen en banken).

Operatie Vula
Connie Braam heeft in 1992 van zich afgeschreven wat deze Operatie Vula (ook de titel van haar boek hierover; zou juist nu weer eens herdrukt moeten worden) met haar deed en met verschillende andere Nederlandse mensen en een enkel Belgisch stel. Ik heb het ooit gelezen, maar nu herlezen en gemerkt dat ik ofwel verschillende zaken vergeten was of toentertijd niet tot me heb laten doordringen. Het betrof hier een niet onbelangrijke actie. Dat realiseerde ik me toen niet goed. De ANC-leiding verkeerde in ballingschap in de buurlanden van Zuid-Afrika of in Engeland danwel zat op Robbeneiland gevangen. Hier is alleen al veel over te zeggen wat ik hier niet doe. Maar Braam is benaderd om mensen te zoeken die zouden kunnen zorgen voor de volgende zaken: dubbele of drie-dubbele vermommingen voor ANC-leiders, mensen die in Zuid-Afrika safe-houses zouden kunnen oprichten waar ze zich indien nodig zouden kunnen schuil houden, het ontwikkelen van een communicatiesysteem dat eenvoudiger was en directer zou kunnen werken zonder inbraken van de Zuid-Afrikaanse veiligheidsdienst met daaraan gekoppeld het opzetten van koeriersdiensten via stewardessen om discettes te kunnen overbrengen. Het huis van Connie Braam moet in deze periode, de tachtiger jaren tot in de periode na de vrijlating van Mandela, in feite een ANC-centrum geweest zijn. Veelbewogen zijn de verhalen in dit boek  over wat diverse betrokkenen zo al te verduren kregen in deze actie. Zichtbaar wordt ook - en dat was ik onder anderen vergeten - dat de vrijlating van Mandela en het op gang komen van onderhandelingen niet betekende dat de Apartheidsterreur ophield. Die werd juist heftiger en de voortgaande actie dus nog meer levensgevaarlijk. Ik bedacht ineens dat ik in het Groninger Dagblad ooit een column schreef over de moord op Chris Hani in april 1994. Hij was een populaire communistische ANC-leider van de gewapende tak. Ik schreef toen: 'Iemand die belangrijk was in de ogen en harten van miljoenen Zuid-Afrikanen, vooral van jongeren uit Soweto, wordt eenvoudigweg neergeknald.' Ik vroeg me toen af: 'Hoe zullen velen vandaag Pasen vieren? Wat voor preken zullen er gehouden worden en welke gebeden zullen er klinken?'

De Cubaanse inbreng in Angola
In de zeventiger jaren zijn de Cubanen het Angola van de MPLA te hulp geschoten met grote hoeveelheden troepen, artsen en leraren. In totaal zijn er van 1975 tot 1991 zo'n 400.000 geweest met 2.600 doden. Zij schoten de MPLA, de zittende officiele regering van Angola, te hulp tegen ondermijnende zogenaamde bevrijdingsbewegingen als de UNITA die door de CIA en de Zuidafrikaanse geheime dienst in het leven was geroepen. In 1988 was er een regelrechte inval van Zuid-Afrikaanse troepen in Angola die tot staan werd gebracht bij Cuito Cuanavale. Verschillenden hebben daarna gezegd dat dit mede het begin van de afbraak van het Apartheidsregime bewerkstelligd heeft. Zelfs oud-minister Pik Botha uitte zich in die richting. Hij zei in een interview in 2001: 'U moet goed begrijpen dat er 55.000 Cubaanse soldaten aan onze grens stonden'. Dat wil zeggen dat hij Namibia als Zuid-Afrika beschouwde, want dat lag er wel tussen. Overigens, als je bedenkt dat juist in die tijd dat de Sowjet-Unie in elkaar n het zakken was  en Cuba zijn revolutie helemaal alleen moest zien overeind te houden, dan was dit een ook voor Cuba zeer ingrijpende daad. Mandela schreef vanuit de gevangenis toen: 'Deze slag is het keerpunt voor de bevrijding van ons continent - en van mijn volk - van het juk van de Apartheid', zo lees ik in Granma van 11 december 2013.  Ook schijnt Mandela gezegd te hebben, in 1995: 'We moeten nooit dit voorbeeld van onzelfzuchtig internationalisme dat zonder parallel is vergeten'. Met gedachten hieraan is Raul Castro in Zuid Afrika geweest onlangs.

Over de uiteindelijke uitkomst en de eigenlijk tragische ontwikkeling na de deals die gesloten zijn en die voor de meeste zwarten nog weinig hebben bewerkstelligd lukt het me nu niet meer te schrijven. Ik verwijs daarvoor naar Naomi Klein, The shock doctrine waar ze schijft over hoe het Neoliberalisme in het nieuwe Zuid Afrika met behulp van de shock door de laatste felle terreur van het Apartheidsregime evenals andere factoren binnen het ANC zelf voet vatte en natuurlijk de situatie niet voor de gewone mensen verbetert. Ook wijs ik op de prima artikelen in de Groene van 12 december jl.

Een goed jaar en wérkelijk in de geest van de Mandela toegewenst,
Han Dijk

zondag 24 november 2013

Is de onderste steen nu boven?

Op 2 november jl. maakte ik de presentatie van het boek 'De Velser Affaire - een omstreden oorlogsgeschiedenis' mee. Ik schrijf erover vanuit hoe ik het zelf beleefde. Het is mijn persoonlijke blog per slot.Voor mij was wat aangeduid werd als de Velser Affaire te omschrijven als de zaak Hannie Schaft. Een figuur uit het verzet die mij als mens en als mens die in politiek geïnteresseerd is al lang intrigeerde. Ze bewoog zich op het vlak van het anti-fascisme en nog specifieker op het vlak van anti-anti-semitisme en van de strijd tegen vreemdelingenangst/-haat (racisme). Hier worden naar mijn inschatting de diepste lagen van ongerechtigheid en menselijke onwaardigheid gevonden.

Als predikant of meer persoonlijk gezegd als christen liggen hier ook mijn diepste theologische vragen in verbondenheid met de oorsprong van het christelijk geloof: voortkomende uit het Jodendom en dus verbonden met de Joodse ervaring van deze diep-menselijke vragen. Op haar graf op de Erebegraafplaats in de duinen van Overveen ontdekte ik de eenvoudige woorden die mij ook theologisch diep raken: 'een die dient'. Dienen als kritisch begrip, verbonden met de onderkant van de samenleving en met de mensen die daar hun leven leiden en soms lijden. Juist vandaag was ik graag naar de jaarlijkse Hannie Schaftherdenking in Haarlem gegaan. Het lukt me niet. Mijn woorden hier zijn dan maar in plaats daarvan te beschouwen als een eerbetoon.

Hannie Schaft
Als communistische verzetsstrijdster werd deze Haarlemse rechtenstudent nog drie weken voor de bevrijding, op 15 april 1945, doodgeschoten in de duinen achter Bloemendaal. Onder regie van de Sicherheitsdienst uit Amsterdam, onder leiding van Willy Lages. Lang leek deze met veel vragen omgeven executie een doelgerichte aktie met medeweten van niet geheel duidelijke krachten in het verzet en in hun verbondenheid met de regering-in-ballingschap. Bedoeld om de invloed van de communisten na de oorlog te ondermijnen. Een kwestie die Connie Braam als 'Het Schandaal' aanduidde in haar uiterst boeiende roman met die titel (2004). In verschillende andere landen in Europa was van dergelijke zaken sprake. In Griekenland leidde dat na de oorlog tot een maandenlange burgeroorlog.
De vraag was ook of wat hier gebeurde onderdeel van een landelijke ontwikkeling was of slechts een détail in de marge, in Velzen/IJmuiden. In Groningen, waar ik een sterke verbinding mee voel, ben ik ooit eens begonnen met dit in het achterhoofd te kijken hoe de zaken er daar voor stonden. Groningen was per slot een van de communistische bolwerken in Nederland. De verschijning van dit grondige onderzoek van de hand van Bas von Benda-Beckmann en het zicht op de stenen die er in boven water komen, maar daardoor juist ook verschuiven geven mij nieuwe inspiratie om dat Groningse onderzoek weer op te pakken.

Verschoven stenen (1)
De Stichting Onderzoek Velser Affaire (Voorzitter Cees Weij en onder anderen als deelnemer in het bestuur Connie Braam) is in 2007 opgericht om dit onderzoek nu eindelijk eens vanaf de bodem te laten plaats vinden en de onderste steen boven te halen. Dat wil zeggen te kijken naar de onderlinge samenhang van de gebeurtenissen, naar de vooroorlogse geschiedenis alsmede de naoorlogse verwerking ervan of liever gezegd het gebrek daaraan niet minder. De roman 'Het Schandaal' van Connie Braam (2004) vormde de directe aanleiding.
Cees Weij, met wie ik gedurende de hele periode af en toe enig contact gehad heb, zei tijdens de presentatie over de betekenis van dit onderzoek zo ongeveer het volgende: 'Er zijn zovelen in Velzen en omstreken die zich ontkend voelden, zolang niet erkend werd dat er een Velser Affaire bestond als een historisch samenhangend geheel. Dat is nu duidelijk. Het samenhang brengende erin was de anti-communistische inslag onder met de regering-in-ballingschap ('Londen') verbonden en soms met de Duitsers collaborerende verzetskringen'.
Een belangrijke steen die verschoven is door dit onderzoek is dan ook dat er vanuit 'Londen' en mogelijk vanuit verschillende geheime diensten geen sprake was van een gerichte actie tegen de communisten, vooral ook nog in de nadagen van de oorlog. Deze steen verschuift naar het besef van een samenhangende en samenhang brengende anti-communistische inslag bij verschillende verzetskringen gedurende de hele periode. Deze inslag kostte verschillende communistische verzetsstrijders, evenals trouwens verschillende Joden, het leven of bracht hen in de kampen of het droeg er minstens toe bij. Daaronder vooral het optreden van de figuur van Mr. Sikkel,  substituut-officier van justitie bij het Gerechtshof in Haarlem (overigens ook zwager van Minister Gerbrandy in 'Londen'), en verschillende dubbel spel spelende politiemensen in Velzen/IJmuiden. Deze doken plotseling op als dé verzetsleiding cq de leiding van de Binnenlandse Strijdlrachten. Eveneens speelden deze zelfden na de oorlog een vooraanstaande rol in de Bijzondere Rechtspleging en moesten dan over zichzelf en hun handelen in de oorlogsdagen oordelen. Een buitengewoon ondoorzichtige situatie die doofpotgedachten deed opkomen en onverkwikkelijk was voor de gewone mensen. Er is in die periode dan ook geen enkel onderzoek naar de positie van deze figuren in het verzet in een definitieve vorm terechtgekomen. Ook later niet. Tot aan het onderzoek dat nu het licht ziet niet.

Verschoven stenen (2)
Een tweede steen die het onderzoek doet verschuiven was er een die in ieder geval bij mij een rol speelt. Misschien bij meer mensen die de Velser Affaire nooit in die mate als een samenhangend geheel konden zien als dit onderzoek nu boven water haalt. Juist de intens en soms met duidelijk merkbare beroering uitgesproken inleiding van Weij tijdens de presentatie alleen al maakte me heel duidelijk dat er heel veel meer speelde dan enkel de zaak Hannie Schaft. Hoe belangrijk als zodanig misschien ook. Voor Weij heeft het onderzoek zijn vader een plaats in de geschiedenis teruggegeven. Vader Piet Weij was een van de tien Velzense communisten die in 1943 opgepakt werden en uiteindelijk geëxecuteerd, hoewel er politiemensen geweest waren die hem beloofd hadden hem te zullen waarschuwen, als er wat op til was, zodat hij nog de tijd zou hebben om onder te duiken. De verheldering van de historische samenhang waarin dit allemaal gebeurde gaf Weij een goed gevoel. In een interview voor Saeporttv na afloop stelde hij wel ook nadrukkelijk dat het hem niet in de eerste plaats gaat om een persoonlijke erkenning. Het gaat ook over al die anderen en over dat er nu structuren zichtbaar geworden zijn in het historische gebeuren van die tijd.
De zaak Hannie Schaft dus in een bredere context. En dus ook eerder in het licht van verzetsmensen die vanuit hun andere verzetscultuur en hun anti-communistische inslag vanuit zichzelf alleen al hun 'samenwerking' met het communistische verzet soms vorm gaven in ridicule opdrachten, zoals het brengen van pakjes met juwelen naar Den Haag, of opdrachten om iemand om te leggen waarvan Hannie en haar companen zelf het gevoel hadden dat dié persoon nu juist niet omgelegd hoefde te worden. Het was al gevaarlijk genoeg per slot.

Von Benda-Beckmann geeft ergens ook aan dat de op de voorgrond tredende aandacht voor Hannie Schaft waarschijnlijk te maken had met de naoorlogse strijd om de vraag of zij een nationale of in de eerste plaats communistische verzetsstrijdster was. Een strijd die in 1951 leidde tot pantserwagenoptreden om de herdenking tegen te houden. Pas in de zeventiger jaren schijnt meer ook de rol van andere vrouwen in het verzet naar voren gekomen te zijn. Die van haar companen Truus en Freddie Oversteegen bijvoorbeeld. Zij leven nog, ook al hebben zij het hunne mee gedragen van waar Hannie Schaft voor is neergeschoten. Mij was dát vanaf het begin van mijn kennismaking met haar in de zeventiger jaren vanzelfsprekend. Zoals de Februraristaking als gebeuren in de dagelijkse gang der dingen voor mij helderder werd door het boek van Theun de Vries daarover, zo was diens boek over 'Het meisje met het rode haar' een belangrijke factor in mijn opbloeiende geïnspireerd-zijn door deze vrouw tot op de dag van vandaag. Dát is niet veranderd.

Groningen
Het boek geeft meer nieuwe zichtwijzen weer op grond van het zeer degelijke onderzoek van von Benda-Beckmann. Het is ook heel leesbaar opgeschreven. Ik laat veel van wat het opleverde liggen voor een eventuele opdracht om er ergens over te schrijven. Het zou ook de grenzen van dit persoonlijke blog verre overschrijden.Wel wil ik tenslotte nog iets zeggen over mijn Groningse onderzoek. Ik weet nog dat ik bij de totstandkoming van de Stichting Onderzoek Velser Affaire in 2007 een poging gedaan heb om daarover iets geschreven te krijgen in het Dagblad van het Noorden. Het redactielid dat ik toen sprak meende dat dit niet interessant genoeg was voor een Groningse krant, want veel te locaal van inzet. Dat wil zeggen niet locaal voor Groningen van betekenis en ook niet met landelijke betekenis.

Tijdens de presentatie waren er verschillenden die aangaven dat dit onderzoek onder anderen één ding ook bloot legt: er is tot nu toe nog nooit echt systematisch onderzoek gedaan naar de samenhang tussen de verschillende verzetsstromingen behalve misschien hier en daar enigszins anecdotisch en in de vorm van namenlijsten. Verder is tot nu toe nog nooit systematisch onderzocht wat de anti-communistische inslag bij velen in het verzet voor betekenis had voor het hele verzet en dus voor de strijd tegen het Duitse fascisme. Of hoe de daarentegen aan de basis wel vaker gevoelde eenheid in relatie daartoe de zaak nog verder compliceerde. Marianne Schwegman, de huidige directeur van het NIOD, had al het plan om daar wat aan te gaan doen en dat zal nu zeker gebeuren.
Nou ik wil daar wel mee aan de slag oftewel ik wil mijn al enigszins op gang gekomen onderzoek naar de Groningse situatie hier graag op richten. Je zou kunnen zeggen: de derde steen die er voor mij duidelijk verschoven is door dit boek is dat de hypothese van de interventie vanuit 'Londen' en geheime diensten geen werkbare hypthese is gebleken. Die is nu wel zo ongeveer gefalsifieerd. Ik dacht eerder dat, als die hypothese klopt, het landelijk doorgewerkt moet hebben en zeker ook in een communistisch bolwerk als Groningen na te gaan moet zijn. Ik dacht dan ook vooral in de laatste periode te moeten kijken cq in de periode dat de BS haar werk deed, vanaf 1944. Nee, je moet de hele oorlogsperiode op de een of andere manier bij de kop pakken.
Met betrekking tot de laatste periode kan ik al wel zeggen dat er ook in het Groningse forse spanningen waren tussen RVV (Raad voor Verzet, in Groningen vooral communisten) en overige hoofdstromen. Spanningen gebaseerd op anti-communisme. Dat valt in de bronnen te lezen. Dat dat ertoe leidde dat nu juist in het directe machtsvacuüm, voordat de Canadezen in de stad kwamen, er geen duidelijke groep was die met de wapens in de hand de macht kon nemen. Dat toen nota bene door burgemeester Vasbinder uitgerekend de best georganiseerde en bewapende RVV schijnt te zijn ingezet om een en ander te regelen. Bij gebrek aan beter? Of vanuit een verstandige houding in ieder geval bij hem?
Groningen en Groningse mensen hebben overigens mijn hart omdat ik er lang tussen gewoond heb en er zo ongeveer een geworden ben zelf. Ook ben ik daar links geworden en heb bijvoorbeeld veel contact gehad met een medegroepslid  van Hannie Schaft, Jan Heusdens. Wat ik overigens pas later ontdekte. Met een interview met hem hoop ik nog eens wat te kunnen doen. Hij zelf leeft helaas ook niet meer. Sophia, zijn vrouw, des te meer.





zondag 27 oktober 2013

Bundeling van verhaaltjes.

Kort geleden vond ik er een mogelijke uitgever voor. In ieder geval een die mij raad geeft. Hier in Deventer nota bene. Zo ongeveer om de hoek. Getipt door een van de barkeepers van de Zevende Hemel die in een ruimte van de uitgeverij zijn atelier heeft. Heb ik altijd al eens gedacht dat het leuk zou zijn om al de in de loop der jaren geschreven verhaaltjes eens te bundelen in een boekje. Misschien niet allemaal. Welke wel, welke niet? Natuurlijk ook: zou dat wel kunnen? Dit soort vragen zijn aan de orde.

Een kleine bloemlezing:

De Gelagkamer
De middagbus is voorbij. Het is weer stil geworden bij van der Werff. Hier en daar zitten mensen in hun eentje met de krant te knisperen of met zijn tweeën te fluisteren. De ballen op het groene laken tikken tegen elkaar aan. Iemand is aan het oefenen en legt de ballen weer terug op de uitgangspositie. De ober in het zwarte pak rammelt met koffiekopjes en rinkelt met lepeltjes. De ouwe brompot sluipt binnen, ook in zijn wat fladderige oberpak. Zijn haar als altijd door de war. Hij draait een zwaar shagje. Kort groet hij, kijkend over de rand van zijn brilletje heen. De bleke februarimiddagzon verlicht een enkel met het aloude bruin-verschoten kleedje bedekt tafeltje.
(Schiermonnikoog, 2 februari 2006)


De gitaar van kastdeurenhout
Hoe had ik dat toch indertijd? Wat deed The Queen mij eigenlijk? De laatste paar weken twee keer uitvoerige aanrakingen met deze rockband. Een dvd-uitvoering van een concert in Madison Square Garden in NY, aan de overkant in café Cross Roads. Nu een uitvoerige documentaire van de BBC, zoals enkel de BBC rock-documentaires kan maken. Verschillende jaren met 'Bohemian Rhapsodie' aan de top van de top 2000. Als er weer eens een kampioenschap wordt behaald horen we al gauw 'We are the champions'. 'We will rock you', 'An other one bites the dust' en zo nog een heel aantal melodieën zijn me eigenlijk zo bekend als wat. Zij waren me enkel niet echt bekend als songs vanThe Queen. Ze deden me niets ten tijde van hun roem en terwijl ze hits scoorden. Zelfs dus niet in de zeventiger jaren, toen er wel andere niewe ontwikkelingen waren die wel binnenkwamen bij mij. Nu ijzersterk, maar toen?
Zo raar dat zo slecht na te gaan is na al die tijd wat daar eigenlijk de reden van was. Het was wel zo dat ik na de middelbare schooltijd in Deventer min of meer opgehouden was de ontwikkelingen op de voet te volgen. Geen Superclean Dreammachine meer voor de radio, op woensdagmiddag. Geen kelder van Wagenvoort meer waar veel ochtenden spijbeltijd heengingen met nieuwe platen beluisteren, zonder dat het een probleem was dat ik eigenlijk nooit wat kocht.

Bijzonder dan de verhalen over de zeker oorspronkelijk aanwezige en kennelijk lang voortdurende grote armoede  waar deze sterren in verkeerden en het feit dat de gitarist Brian May zijn gitaar van zijn vader kreeg. Die was een eenvoudige meubelmaker. Hij maakte die gitaar van kastdeurenhout. Jan de Boer, zelf gepassioneerd gitarist, vertelde mij dit verhaal aan de bar, terwijl het grote, de hele achterwand beslaande scherm bol stond van spetterende Queen. Nu, in de documentaire, vertelde hij het verhaal zelf. Zijn vader had het nooit zien zitten dat zijn gestudeerde zoon zijn toekomst weggooide en rockster werd. Madison Square Garden was de omslag. Zijn vader moet toen gezegd hebben: 'now I get it'. En May pinkte een traan weg.
(Deventer, 29 mei 2011)

Zompig heet
Alsof ik voortdurend door de Hortus loop. Onder de bomen aan de oever van de Saigonrivier is het wel uit te houden. Windje. Dranktentje. Enkel Coca cola, dat wel. Prachtig plekje. Aan een buitengewoon smerige, gekanaliseerde arm van deze rivier. Met veel lawaai, stank en zwarte uitlaatwalmen beweegt zich een vrachtwagen door mijn gezichtsveld. De uitlaat lijkt los te hangen. Wel wat irritant de niet aflatende stroom van koopmannetjes en -vrouwtjes en onvermoeibaar aandringende cyclo-rijders. Het kost geen enkele moeite om met mensen in contact te komen, maar of dat zo moet? Voortdurend wordt je aangeklampt. Twee schitterende vrouwen strijken neer. Dat dan ook wel weer. Heel intrigerende gezichten. Duizenden brommers, vespas en een enkele verdwaalde auto toeteren, alsof het leven ervan afhangt. Zonder ophouden. Vermoeiend. Eindeloos veel indrukken. Spannend om te zien hoe mensen hier leven. Als om toch vooral ook een soort thuisgevoel te krijgen: er rijdt plotseling een Nederlandse gele DAF-bus voorbij, het 9292-nummer keurig op de achterkant en HAARLEM in het display aan de voorkant. Bizar wel.
(Ho Tsji Minhstad, 19 april 1996 om 12.30.)


Waarom eigenlijk zo'n boekje? Wat hebben anderen hieraan? Voordat ik verder ga: er is niets op tegen dat wie dit leest alvast voor zichzelf nagaat hoe hij/zij op deze kleine bloemlezing aan verhaaltjes reageert en dat mij kenbaar maakt. Dat kan bemoedigen om toch echt uitgave door te zetten. Het maakt ook explicieter duidelijk wat anderen, jij dus, hieraan kunnen hebben. Juist in deze fase, nu nog bekeken wordt of zo'n boekje tot de mogelijkheden behoort. Een goede vriendin van me vroeg me of schrijven voor mij een van me af schrijven is. Ook of het me steeds om iets nieuws gaat en of ik denk steeds iets nieuws te scheppen en of dat dan nooit over gaat.

Beelden
In de loop der jaren heb ik altijd van zulke verhaaltjes geschreven, kortere en langere. Niet iedere dag. Maar in de loop der tijd is er een behoorlijk omvangrijke verzameling gegroeid. Soms ook hier of daar gepubliceerd. Zelfs een serie gedichten uit mijn middelbare schooltijd in Deventer zijn bewaard. Naar mijn eigen bescheiden mening nog niet eens zulke slechte gedichten. Ze verrassen me nog steeds. Heb ik die gemaakt? Wanneer ik in mijn leven iets tegen kwam dat indruk op me maakte, iets goeds, iets bijzonders, iets moois, iets verrassends, iets wat me maar niet los liet of me gewoonweg een glimlach op het gezicht toverde heb ik het opgeschreven. Ik wilde het vasthouden, voor later ooit eens, zoals waarom en wanneer je fotoos maakt of misschien schilderijen. Beelden van iets indrukwekkends en een beeldende weergave. Beelden om anderen in te kunnen laten delen. Misschien wel, omdat ik veel alleen reisde en niet direct ter plaatse met iemand dingen kon delen en dat toch wel graag wilde.
Zo ervaar ik deze verhaaltjes ook altijd: als een soort fotoos die nu wellicht samen komen in een mededeelbaar fotoalbum of fotobestand. Of als een soort schilderijen in een te bezoeken schilderijententoonstelling. Of dat nu wat nieuws is, nieuwe schepping op grond van de wens daartoe zou ik zo niet kunnen zeggen. Zeker zit er iets in van van me afschrijven. Van mezelf tot rust brengen en iets van een orde aanbrengen in een enorme brei aan indrukken die je met je mee kunt slepen en die ook belastend kunnen zijn. Wie de verhaaltjes lezen kunnen er  misschien dingen in herkennen of hun eigen verhaal aan vast knopen, mee associëren. Het kleine kan soms beeld zijn van iets veel groters waarvan de betekenis dan pas echt eigenlijk tot je doordringt.

Loont het?
Ook is er gewoonweg sprake van een mogelijkheid die ik zelf in handen heb om geld op tafel te brengen, geld om mijn boterham wat lekkerder te kunnen beleggen. Geen afhankelijkheid van opdrachtgevers hier. Behalve natuurlijk van uitgevers op de een of andere manier. Dat brengt me op een ander punt. De actie die ik nu onderneem helpt me de weg te vinden in de (on)mogelijkheden van het uitgeven van een boek. Straks de uitgave van mijn grote boek over 'de zending van de kerk in de buurt, gezien in een globaliserende samenhang' (werktitel). Tenslotte kan ik hier zeggen dat ik door het aan te durven gewoon maar aan zo'n boekje te werken de positief te interpreteren kant van Neoliberalisme op mij in laat werken. Er is en blijft een belangrijke zeer negatieve kant aan dit systeem dat het kwetsbare mensen en sectoren principieel onderuit haalt. Dit hier maar even terzijde. Daar heb ik het elders in mijn blogs al regelmatig over gehad. Hier gaat het over de positieve drang om er gewoon maar aan te gaan staan en maar te zien of het zal lonen (zo'n term maar weer wel in dit verband). Immaterieel hoop ik dat er belangstelling voor is. Materieel gesproken hoop ik dat het wat geld op tafel brengt. Ook al is duidelijk dat ik er niet rijk van zal worden.

Han Dijk.

zondag 29 september 2013

Buurt en Neoliberalisme - Worden mensen aan hun lot overgelaten?

Bezuinigingen, bezuinigingen en nog eens bezuinigingen. Al jarenlang kan ik dit woord niet meer horen. Al jarenlang vroeg ik me af wat dat toch is, dat regering na regering niets anders weet te bedenken dan dit woord. Het betreft ook vooral steeds bezuinigingen op kwetsbare mensen en sectoren in de samenleving. Is het eens een keer afgelopen? Iedere keer lijken er weer nieuwe redenen te zijn  om te bezuinigen. Sinds enige tijd wordt me duidelijker en duidelijker dat, als die redenen er niet zijn, ze wel gezocht worden. Want het gaat niet zozeer om bezuinigingen als wel om afbraak. Afbraak van die sector in de samenleving die onder anderen als taak heeft om te zorgen voor wie kwetsbaar zijn in die samenleving, omdat het anders niet gebeurt: de overheid, de publieke sector. Het gaat niet zozeer om bezuinigen alswel om opbouw van een neoliberale samenleving. Een samenleving waar marktwerking de totaliserende factor moet zijn. Alleen, dat wordt nooit met zoveel woorden gezegd. Om de bezuinigingen heen worden steeds nieuwe, mooie verhalen geknoopt om die bezuinigingen beter te kunnen verkopen. In dit tijdsbestek: op weg naar een participatiesamenleving. Radicale afbraak van de verzorgingsstaat. Worden mensen in feite aan hun lot overgelaten?

Eigenwijks
Hoe vrijwillig voelt een vrijwilliger zich nog? Steeds vaker en steeds harder klinkt het geluid dat bewoners op vrijwillige basis meer taken op zich moeten nemen. Op Eigen Kracht vooruit! Beroepskrachten moeten meer aan bewoners overlaten. Professionals hebben de afgelopen jaren teveel taken overgenomen van actieve bewoners. Bewoners zijn daardoor passief geworden. Zij rekenen teveel op de inzet van betaalde krachten. Burgers helpen elkaar te weinig. Burgers zorgen te weinig voor elkaar. Zij gaan makkelijker naar een professional dan naar de buren.
Is dat zo?

Uitkeringsgerechtigden moeten vrijwilligerswerk doen voor behoud van hun uitkering. Bewoners met een verslaving, verstandelijke beperking of anderszins kwetsbaar moeten aan vrijwlligerswerk doen of deelnemen aan door vrijwilligers georganiseerde activiteiten als alternatieve dagbesteding. Familieleden van zorgbehoevenden worden verplicht tot 'vrijwillige' mantelzorg. Willen we dit?
Hebben we hier te maken met een nieuwe visie op de samenleving? Of is dit geluid het gevolg van bezuinigingen?
Dit stond onlangs te lezen in de Westerpost, ons buurt-advertentieblaadje, als aankondiging voor een debatbijeenkomst van de Stichting Eigenwijks, ons buurtopbouworgaan, ter gelegenheid van de viering van hun 55-jarige bestaan.

Helaas was ik niet in de gelegenheid om deze bijeenkomst te bezoeken, maar dat het hier over zou gaan, vond ik uit ook mijn hart gegrepen. Heel goed dat het werd aangepakt en als probleem aan de orde gesteld. Het betekent dat er in die kringen ook vragen leven. Dezelfde vragen, zo lijkt het wel, als die ik de laatste jaren in toenemende mate ben gaan zien als te maken hebbend met een op de gehele samenleving gerichte aanval van de markt. Vragen die ik ben gaan zien, maar die ik in toenemende mate ook ben gaan bestuderen om te zien hoe het er allemaal precies uit ziet. Wellicht trouwens ook wat er eventueel positief aan is.

Complicaties
Wie mij langer volgen, weten dat ik bezig ben met een boek over de 'Zending van de kerk in de buurt, gezien in een globaliserende samenhang' (werktitel). Zou je verschillende blogs die ik tot nu toe schreef daarop bekijken dan wordt iets meer duidelijk over welke items dan aan de orde zijn. Zeker sinds ik met mijn Neoliberalisme-studie bezig ben was ik toe aan het toewerken naar wat dat dan betekent in de buurtsamenleving.
Mijn theologische inzet ligt bij de Accraverklaring, een internationale verklaring
van hervormd/gereformeerde kerken (calvinistische kerken) uit 2004. In deze verklaring komt de term Neoliberalisme voor als een manier van denken en doen die de wereld als een god aan het beheersen is. Kort samengevat gaat het dan over het feit dat marktwerking alle dimensies van leven en samen-leving bezig is te omvatten. Mensen zijn niet meer mensen in de eerste plaats, maar consumenten en producenten. Het zou gaan om een gecompliceerde problematiek. Dat wordt me enerzijds steeds duidelijker. Er zitten negatieve en in ieder geval te bestrijden kanten aan. Daar vooral waar het te maken heeft met aanvallen op kwetsbare mensen en sectoren in de samenleving. Er zitten echter ook hier en daar positieve kanten aan. Het gaf mij bijvoorbeeld een aanzet om als free lancer te gaan werken. Ondertussen leer ik echter ook zoveel over hoe het werkt en hoe je dit begrip en de werkelijkheid waar het naar verwijst kunt benaderen dat ik kan zeggen: ik begin het langzaam aan beter te snappen. Zeker nu ik toe was aan een vertaling van dit begrip naar de buurtwerkelijkheid. Het lijkt het laatste half jaar wel, alsof anderen me beginnen te helpen juist dát aspect precieser in het vizier te krijgen.

Samenhangen tussen problematiek-flarden 
In mijn blog over 'goed nieuws voor de armen' (zie mijn mei-blog) meldde ik al dat er studies beginnen te verschijnen over onderzoek naar neoliberale ontwikkelingen in de buurt. Positief verrast was ik al over het boek van Stephan Steinmetz 'De brievenbus van Mevrouw de Vries'. Over wat mensen die er op zich zelf genomen nog niet eens zo slecht voor staan mee te maken krijgen aan lastig te verwerken zaken die hun dagelijkse bestaan betreffen en vergallen. Het in stukjes knippen van de verschillende (eerder collectieve) voorzieningen en het uitbesteden daarvan aan alle mogelijke op winstoogmerk gebaseerde organisaties. Die komen steeds weer met andere eisen en formulieren aan zetten. Ook hebben ze plotseling weer een andere naam. Mevrouwen de Vries zien door de bomen het bos niet meer. Ik heb het hier over zaken als thuiszorg (medische thuiszorg en huishoudelijke thuiszorg worden bovendien ook nog eens uit elkaar gehaald), taxivervoer, energierekening, woonsituatie, uitkeringsverstrekking en zo meer.
Bijzonder is dat vervolgens weeklad de Groene Amsterdammer deze lente en voorzomer kwam met een hele serie van studies naar huidige gangen van zaken die stukje bij beetje een soort staalkaart lieten zien over op welke punten mensen in buurten (en dorpen) in hun bestaan geraakt worden. Meer en meer diepgaand. Aan de hand van een aansluitende lezing van deze op stevig onderzoek gebaseerde artikelen komt een beeld tevoorschijn van hoe een en ander eruit ziet en met elkaar samen hangt:
- hoe geprivatiseerde woningcorporaties hun eigen gang kunnen gaan en zich zelf kunnen verrijken (Deventer Rivierenwijk)
- wat voor vreemde toestanden in de thuiszorg ontstaan doordat alle verrichtingen met de stopwatch in de hand plaatsvinden en de ene thuiszorger dit en de andere juist weer dat geacht wordt te doen (Zorgbalans Haarlem en Kennemerland)
- hoe mensen geacht worden op allerlei vlak in de buurt als vrijwlliger te werken waar professionals eruit gegooid worden als overbodige luxe en de nodige ontering van hun professionaliteit plaats vindt (Amsterdam West en Oost)
- hoe echter ook interreligieuze en interculturele projecten in hun samenwerking laten zien dat scheiding tussen kerk en staat soms een vreemde en kunstmatige en niet praktische scheiding is (Amsterdam West)
-  hoe het overlaten van buurthuizen aan vrijwilligers en het weglaten van professionele aanpak kan betekenen dat maatschappelijke hoofdvragen als vergrijzing, jongerenproblematiek en toenemende werkloosheid niet echt worden aangepakt.

Kerk en buurt - Geuzenveld-Slotermeer en Rivierenwijk 
AANBIEDING
Interessante en belangrijke stof. Ik heb er een paper over gemaakt. Wie interesse heeft, kan het bij mij opvragen (j.p.gdijk@kpnplanet.nl).
Verschillenden zullen zo iets misschien graag eens op een rij willen zien, maar hebben de tijd niet voor zulke meer indringende studie. In het bestek van dit blog kan ik wat ik al uittrok en samenvatte niet nog eens uittrekken en samenvatten.

Maar nu komen de vragen uit die stukken naar boven naar hoe het nu precies zit in mijn eigen buurt, in Amsterdam Geuzenveld-Slotermeer. Maar ook in bijvoorbeeld de Rivierenwijk van Deventer. Die wijk komt opvallenderwijs in onderzoeken ook steeds naar voren. Daar woon ik per slot ook en ben geïnteresseerd in hoe het ook daar toe gaat. In Amsterdam heb ik het echter nodig om beter te kunnen zien waar we nu precies als kerken tegenaan lopen en hoe je daar mee om zou kunnen en willen gaan. In kerkelijke taal gezegd gaat het hier over pastorale vragen (wat komen mensen in hun bestaan tegen en wat voor moeilijk oplosbare vragen levert dat op?) en diaconale vragen (hoe kunnen kerken, instellingen en de maatschappij bijdragen aan een oplossing van die vragen?). Tegen kerkmensen gezegd: het lijkt wel, alsof ik hier met een puur economische of zelfs politieke vraagstelling bezig ben. We moeten als kerken echter oog hebben voor dit soort zaken, omdat ze de samenhang vormen voor de problemen waar mensen in verkeren. Dat zijn nooit alleen geestelijke vragen. Het is meestal juist direct te herleiden tot materiële vragen. Mensen zijn als individu nooit los te verkijgen alleen maar. Ze staan altijd ook in verschillende contexten. De maatschappelijk-economische niet in de laatste plaats. Leer je deze contexten beter kennen, ben je beter in staat mee te werken aan oplossingen van problemen waar mensen mee rondlopen.

Vragen
Mijn volgende onderzoeksstap is dus om uit dit en wellicht nog weer ander nieuw materiaal - ik heb al weer verschillende boeken liggen - vragen te destilleren waarmee ik in mijn buurt ga onderzoeken hoe de zelfde zaken liggen. Een van de dingen waar ik tegen op loop is dat veel in aanzet herkenbaar is uit de verschillende analyses met betrekking tot wat in andere buurten speelt. Toch is er ook iets wat ik zo nog niet tegen kwam: wat is eigenlijk de houding van de besturende PvdA in dezen? In stadsdeel Amsterdam NieuwWest, waar Geuzenveld-Slotermeer deel van uit maakt, hebben we bijvoorbeeld met heel plezierige PvdA-stadsdeelbestuurders te maken, Ahmed Baâdoud en Jesse Bos, bij wie je het gevoel krijgt dat ze hun hart op de goede plaats hebben zitten. Ze brengen over gevoel te hebben voor wat kwetsbare mensen en sectoren mee maken. Bezuinigingen die ze moeten uitvoeren maken het hun lastig, zullen we maar zeggen. Ze zouden misschien wel graag anders willen. Tegelijk maken ze deel uit van een partij die landelijk mee de dienst uitmaakt en in feite mee bouwt aan een neoliberale samenleving. Hoe valt dat in het algemeen al te rijmen met sociaal-democratie, maar ook in wat voor spagaat brengt dat goedwillende sociaal-democraten aan de basis? Je krijgt bijna de indruk dat ze eigen manieren uitvinden om er wat van te maken in de buurten. Het schept verwarring: wat gebeurt er nu eigenlijk?

Door officieel niets met de term Neoliberalisme in verband te brengen komt de vraag nog precieser op: hoe heeft dit allemaal met Neoliberalisme te maken en waarom valt deze term bijna nooit? Hij mag nooit vallen, lijkt het wel. Want dan moet Rutte zeggen dat hij in feite geen ander doel voor ogen heeft dan deze samenleving verder te neoliberaliseren. Dan moet hij zeggen dat hij niet bezuinigt om de krisis op te lossen, maar om de samenleving vrij te maken voor wie en wat ook werkelijk geld in het laatje brengt. Om in die zin te hervormen (ook zo'n modewoord vandaag - ben je net hervormd-af, moet je weer op een andere manier hervormd worden). Ondertussen beginnen zelfs kleine en middelgrote ondernemers hun vragen te stellen.

Han Dijk.






zaterdag 31 augustus 2013

Living at two places - Amsterdam and Deventer (Part 1)

The dry and regular sound of the train suddenly changes into a darker rattling. I know, we are passing the bridge over the charmingly winding river IJssel. Automatically am I consciously looking to the right: the very special view on the sleepy town, Deventer, with its pittoresque skyline. The tower of the big citychurch rises over the IJssel-villas and the different other roofs of this town. In the IJssel you see the stream and a big inland boat is with a soft broum finding its way. My heart is beating a little faster.It really is like coming home with all the longings a shelter is promising you connected to that. Many people from the East and not only from Deventer are exoeriencing something like this. Deventer is coming home or even is the same as at home. Behind the IJssel life is less hectic and people are more friendly, at least different is often the thought.

Why Deventer?
In former days I went to school there, a part of my gymnaisum-time. That means the time in which I grew older and started learning what life was about. Me and my family (parents and sister) did not live in Deventer as such, but in a minor country-village Wesepe, about eight kilometers outside. Nevertheless was Deventer the focus in this period I grew up. The end of the sixties and the beginning of the seventies with all the kind of cultural changes. The music which connected young people. The time to find out about hash and marihuana. A democratizing movement at the teachers-academy. Finding out about being together with girls. Often visiting coffeebars (not the hash-coffeebars you have today in our country) where you could meet other young people from the other schools. Many footsteps are faded away un this delicious lively town which was not sleepy at all, when you first get in touch with it.

I am back in this town and am living there since two and a half years now. Next to livng in Amsterdam. Around the corner is my former school-building. Now a building for smaller entrepreneurs and their offices. In the house where I am living there is built in a two-room appartment. The owner is living with his wife in the rest of the colossal, especially deep and rather old house in a more quiet part of the city-centre. Some hundred meters away from the IJssel. The banks at the border have become my balcony-seats. The owner is an other rudiment of the past. We were classmates once and celebrated together our final examination. So, not only the town as such, but also the very place, where I am living here is a matter of roots. Part of my roots. The period in which I got to understand that people are not only living as loose individuals without context, but also as a part of society. In my schoolclass for instance I got to feel much clearer then before that there were children from very rich people and living in the goldcoast-villages around Deventer as at the same time there were children with a clear workers-background, mostly from Deventer itself. But also in other ways I found out about this point. Basis of my development as a leftist.

City of culture
Deventer is an old Hansa-town. When I came back here, I had the idea of a town with about 60.000 inhabitants. I found out that it had grown out until nearly 100.000 inhanbitants. Seen in geographical space as such it nearly doubled since my early days. But also since then it had swallowed two country-communes just outside (Diepenveen and Bathmen). The centre has not changed that very much. Except for the big changes in the station-area, like in many cities was the case. A new Citytheatre and a huge skyline also defining office- and business-building. Awful in my view. Furtheron maybe more nice little shops and the two Middel Aged cityquarters, which started to be restored in my school-time. They are totally finished now. This restoration has been a real uplift. In my schooldays these quarters were quite shabby, just old and here and there really dirty and ugly.

In one of these two quarters, in the Noordenbergkwartier, I am living. Just near a beautifully restored old cloister and the Atheneum-library with a very well cared old garden. These two buildings say something about the cultural meaning Deventer always have had. On a national plan, but also internationally seen. It nearly had got a University. Since the Middle Ages there was the Latin School. You can say that even more important for the later cultural development or you must say strongly connected with that has been the religious movement of the Modern Devotion (one of the preprotestant movements in the still one Western Christian church in the 14th and 15th century). Geert Groote was the internationally known leader and inspirator of this movement.  Just one thing more in this context: Since the end of the 15th century also Deventer became a town wit an important book-production and later in connection to that much graphical and editorial activity. Until now there are noticeably many antiquarian bookshops to be found as well as the famous and huge Bookmarket in the beginning of August (among other places in the town especially a many kilometers long ribbon of bookstands along the border of the IJssel).

Also Go Ahead Eagles
Deventer is good at this: the organizing of numerous big cultural events of quite different character in which the whole town, all the places and many streets as well as the very old and beautiful city-park at the other border of the IJssel more or less are taking part. First of all throughout the year different Music-festivals (rock, blues, pop) in pubs through the whole town at the same evening. In wintertime there is the big Dickensfestival, especially in one of these nice Middle Age quarters. I find that less interesting, but it is there in December. Really interesting I think is the big Street-Theatrefestival 'Deventer op stelten' (stilts), somewhen in a weekend in July. Acts from allover Europe and sometimes the world. 140.000 visitors over the weekend. A full camping-site at the other side of the IJssel, to be reached with a lovely foot-ferry. Last but not least - I will forget something, but however -  there was in June the celebration of the fact that 'our' footballclub, Go Ahead Eagles, came back in the first Division after 17 years. A club with a very strong basis in the hearts of the Deventer people. A big celebration. The stadium was too small for this celebration, again the main place in town was full of people. Celebrating!

Fine
Nearly an allover complete history and touristguide-story. It is not my intention here. Ofcourse not, I would say. Only an even allready incomplete story about the part of my life I live in this town and about the fact that I love living here. About things and developments I see since I came back. Sometimes things and developments I was not that interested in in those early days. But what I see as very special and typical for this town now. Now that I grew older and have learnt to look at things in a different and more contracted perspective. I am also writing here with the thought of a kind of evaluation of newly living here again in connection to an 'other life' here. Mostly the positive things that warm my heart and fill out that I love to live here. Not yet about the things one could also write about, the more negative things. Like that one found to have to spend many millions on a new Town Hall or that an alderwoman found to have to propose that we do not need professnionals any longer in the home-care. People could do the job on a voluntary basis and also as unemployed. An awful thinking is coming up in some circles now that the neoliberal austerity is getting deeper and deeper in into the hearts of societal wellfare. Those are other stories. Maybe an other time. Also personally not all is only nice, when I think about losing a very good friend with whom it seemed to be very special living in Deventer again. And of course this is only a story about Deventer. An other time maybe about the living in the, in an other way, very beautiful Amsterdam.

Han.













































zondag 26 mei 2013

Wordt fan van FAN - goed nieuws voor armen.

Wat is dat nou weer dan? FAN staat voor Fonds Acute Nood. Je kunt followers of fashion worden. Tenminste dat kon bij the Kinks vroeger, dedicated followers nog wel. Tegenwoordig kun je vrienden worden op Facebook, follower op Twitter and connection op LinkedIn. Maar je kunt ook fan van FAN worden. Waarschijnlijk maken we binnenkort dan ook een Facebook-site. Dan kun je minstens dit Fonds opleuken - lekker woord, hé? - met je opgeheven 'vind ik leuk'-vingertje.

Fonds van en voor de buurt
Buurtgenoten in Amsterdam Geuzenveld-Slotermeer kunnen uit dit fonds putten in acute gevallen, als er even alleen nog maar lucht zit in je portemonnee en er geen andere fondsen of voorzieningen (nog) zijn die je uit de brand kunnen helpen. Solidaire buurtgenoten kunnen er geld in storten om bovenstaande mogelijk te maken. Solidiare vrijwilligersorganisaties kunnen er hetzelfde mee doen, maar bovendien kunnen ze zich aansluiten als organisatie en via hun vertrouwenspersonen, zodat meer mensen bij dit fonds kunnun komen. Een fonds voor de buurt en zonder bureaucratische rompslomp. Het is nú nodig en daar moet in kunnen worden voorzien. Natuurlijk kunnen mensen van buiten de buurt ook doneren, maar de eventuele verstrekkingen zijn in principe enkel gericht op déze buurt. Op 31 mei a.s. organiseren we een middag over Armoedebestrijding om dit fonds te promoten. Verderop kom ik daar uitvoerig op terug.

Eigen schuld, dikke bult?
Ja, Armoedebestrijding. 'Moeten we niet eens ophouden met dit gepamper van mensen die menen altijd wel wat te klagen te hebben? Wordt het niet tijd dat mensen zelf verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen leven? Moeten wij en zeker de overheid niet eens ophouden met het creëren van afhankelijke burgers die niet in staat zijn om hun lot in eigen handen te nemen? In plaats van waardering oogst de overheid daarmee zeurend peutergedrag. Wordt het niet tijd dat we de mensen in hun eigen kracht zetten?' Dit type uitspraken in de sfeer van 'eigen schuld dikke bult' zijn tegenwoordig nogal eens en soms uit heel onverwachte hoek te horen of te lezen in de krant. Sommigen zijn echt blij dat dit type uitspraken tegenwoordig gedaan kunnen worden en dat er een regering zit, al jaren trouwens, die in die geest handelt.
Toch verwonder ik me er steeds weer over dat sommigen van wie ik het helemaal niet verwacht, hele aardige mensen en ook best wel sociaal voelende mensen, toch plotseling met dit soort uitspraken komen. Hebben ze zand in de ogen gestrooid gekregen? Zien ze niet dat de kwetsbare kanten van de samenleving echt worden gepakt waar het maar kan en de zogenaamde oplossing van de krisis over zich heen krijgen? Maar in feite betalen voor de steken die de grote jongens in de samenleving, vooral in het bankwezen, laten vallen? Dusdanig gepakt dat iets van een zorgzame samenleving stap voor stap (niet eens meer stapje voor stapje vandaag de dag, want dat gebeurt al decennia ondertussen) wordt afgebroken en alles wordt gezet op de kaart van de marktwerking en de privatisering?

De brievenbus van Mevrouw de Vries
Als hoofdgast hebben we op 31 mei Stephan Steinmetz uitgenodigd. Hij schreef onlangs een uiterst lezenswaardig boekje met als titel 'De brievenbus van Mevrouw de Vries - gekmakende post van onze (semi)overheid'. Gedurende 8 jaar, van 2000-2008 (zeg maar sinds de invoering van de Euro!?) hielp hij zijn benedenbuurvrouw 2000 brieven lezen die ze kreeg en als maar niet begreep of verkeerd begreep of eigenlijk zo weg kon gooien, omdat er eigenlijk niets in stond. Mevrouw de Vries was niet dom. Daar gaat het niet om. Ze is ook niet de enige. Er zijn in het hele land ontelbare Mevrouwen de Vries of Meneren de Vries die dat zo vergaat, is Steinmetz' overtuiging.
Hij beweert niet dat de mensen die dit type brieven schrijven slechte mensen zijn. Er zijn er soms bij die tegen de regels in toch gewoon en begrijpelijk communiceren met mensen en ze niet van het kastje naar de volgende muur sturen. Hij meent echter dat er een mensbeeld uitgebouwd wordt dat mensen niet meer als mensen in de eerste plaats ziet die hun hoogst persoonlijke zorgen hebben over hun bestaan. Ook meent hij dat er sturingsmechanismen in het leven geroepen worden waarbij niet meer 'zorgen voor', maar 'zorgen dat' centraal staat. Steinmetz lijkt te zeggen dat naast de bezuinigingen die kwetsbare groepen in de bevolking naar verhouding meer raken het vooral de koppeling daarvan aan de doorvoering van de marktwerking is die hier nog grotere problemen veroorzaakt. Voor grotere groepen die het anders misschien nog net zouden redden op eigen kracht. Tot die grotere groepen behoort zo iemand als Mevrouw de Vries.
Mensen worden gezien in termen van de markt als consumenten en als producenten. Als consumenten in zoverre ze alle in kleine stukjes gehakte diensten die ook nog eens in meervoud worden 'aangeboden' uit elkaar weten te houden en verantwoorde keuzes weten te maken als consument die een artikel uit de schappen van Albert Heijn kiest. Zij zijn niet langer afhankelijk van de overheid, zo is de gedachte. Zij produceren hun eigen project. Wat zij nodig hebben moeten ze zelf vaststellen. Ze worden, zoals dat heet, zo in hun eigen kracht gezet. Veel hen vroeger omgevende hulpverleners worden langzamerhand wegbezuinigd of moeten hun taken anders, namelijk 'vraaggericht' uitvoeren. Dit alles bij elkaar heet Neoliberalisme. Steinmetz benut de analyses van Hans Achterhuis in diens boek, de Utopie van de Vrije Markt, om de diepere achterkant van dit alles te doorgronden. Er wordt een neoliberale maatschappij gemaakt door mensen die menen dat een maakbare samenleving een achterhaalde zaak is. Net zoals zij een nieuw Groot Verhaal zetten in de plaats van de oude Grote Verhalen waarvan men meent dat hun tijd voorbij is.

Studies en alternatieven
Langzamerhand komen er steeds meer studies vrij die aan de hand van concrete zaken verhelderen hoe de doorzetting van de Marktwerking en het Neoliberalisme doorwerken. Misschien dat de mate waarin mensen en vooral degenen die het het sterkst in portemonnee en leven gaan voelen gaan begrijpen hoe het in elkaar zit het verzet ook zal groeien tegen deze mensonwaardige denk- en handelwijzen. Zo kan er ruimte ontstaan om naar wérkelijke alternatieven te zoeken of voorzover die al aan het ontstaan zijn ze met elkaar in verbinding te brengen. Er zijn alternatieven aan het groeien. Daarover echter een andere keer.

Hoe zit dat in onze buurt?
Met het boek van Steinmetz ben ik echter in het bijzonder blij, omdat het een handvat geeft om te bezien hoe het dan in onze buurt, in Amsterdam Geuzenveld-Slotermeer gesteld is met de zaken die hij noemt. Als motto hebben we 'Van de regelgeving in de drup' genomen. Ik merk bij lezing op dat het nog helemaal niet zo simpel is om een en ander in verbinding te brengen met hoe het in onze buurt, in ons stadsdeel functioneert. Of het klopt wat hij zegt en waarin hem dat dan precies zit. We hebben de wethouder van ons stadsdeel en een medewerker van het huidge maatschappelijk- en welzijnswerk SEZO uitgenodigd om daar iets over te zeggen. Of misschien beter nog weer te laten geven hoe ze werken los van Steinmetz' analyse wellicht of misschien zelfs uitdrukkelijk tegenover. Voor Jesse Bos en voor Liselore Bulens wellicht helemaal nog niet zo'n eenvoudige opgave. Hier zijn per slot ook maar gewone mensen aan het werk, zij het met een bepaalde verantwoordelijkheid of opdracht. Op een laag van de samenleving waar hét regeringsbeleid niet gemaakt wordt. Jesse Bos heeft dan ook nog niet toegezegd. Of heeft dat hier niets mee te maken? Hoe kritisch moet je en kun je zijn? We willen wel met ze kunnen blijven samenwerken. Toch is het ook belangrijk dat tenminste gezien wordt wat de achtergrondsmechanismen zijn.

Het FAN is van ons
Het FAN is een concrete uitkomst van eerdere debatten. Het interculturele en interreligieuze buurtproject 'Laat het van twee kanten komen' organiseerde in juni 2010 een Armoedeconferentie over Armoede in de buurt en hoe die eruit ziet. In de voorgeschiedenis van deze conferentie werd al duidelijk dat armoede een relatief begrip is, niet enkel materieel te verstaan is en vaak te maken heeft met zogenaamde gestapelde problematiek. Mensen hebben met meer tegelijk te maken. Waar zou je op stadsdeelniveau aan kunnen werken? Een van de punten: de open gaten waar niemand anders voorzieningen voor heeft opvullen: de acute nood. En we raakten al aan de problematiek van de vaak onbegrijpelijke communicatie en dat veel per brief of formulier, al of niet in drievoud, wordt afgehandeld.
Waar in het verhaal van Steinmetz zou zo iets als het FAN en de problematiek waar het voor staat zitten? En ook: wat heeft dus de problematiek van 31/5 met Armoedebestrijding te maken? Dat hangt in alle opzichten samen met onder andere de gestapelde problematiek waar mensen mee te maken hebben, wat hen kwetsbaar maakt. Kwetsbaar alleen al vanwege de ondoorzichtigheid van voorzieningen en de toegang daartoe die ervoor zorgt dat dingen worden misgelopen, omdat men de brieven en folders niet begrijpt. Dit naast de bezuinigingen die op uiteenlopende zaken toch al worden doorgevoerd, zoals op de thuiszorg. Wat dat laatste betreft is het een heel goede zaak dat de ABVA-KABO hierover een demonstratie heeft aangekondigd: op 8 juni van 12.00u - 15.00u., in Amsterdam.

Van het FAN kun je fan worden door te doneren op 495100331, tnv. Stichting Voedselbox, inzake fonds acute nood. Er is een website in de maak: www.voedselbox-fan.nl en ook op de website van 'Laat het van twee kanten komen' - www.vantweekanten.nl - is nadere informatie te vinden.
Het Armoedegesprek vindt plaats van 14.00u. - 16.00u. (inloop vanaf 13.30u. en napraten/-borrelen vanaf 16.00u.) op 31 mei a.s. in het Pluspunt, Albardakade, Amsterdam

Han Dijk





zondag 17 maart 2013

De machten aanbidden?

Van de winter heb ik in het kader van mijn betrokkenheid als predikant bij het kerk&buurtwerk van STIMULANS in Amsterdam Geuzenveld-Slotermeer een Bijbels Leerhuis begeleid onder de titel 'God en de goden - een houvast? opium van het volk?' Vandaag de dag is niet altijd duidelijk wie God is en wat de (af)goden. Het was niet de bedoeling om te moraliseren en te zeggen dat mensen het verkeerd doen of zien. Wel dat we inzien dat we ook vandaag in een krachtenveld staan dat ertoe noopt om keuzes te maken. Welke weg wijst ten leven, welke ten dode? Onder de oppervlakte wat mij betreft de vraag of we voor een sociale of een liberale politiek opteren.

Betrouwbare krachten
In de uitnodigingsbrief stond:
'over wie hebben we het, als we over God praten? Wie of wat zijn de (af)goden? De begrippen God en god zijn de zelfde begrippen immers? Het begrip 'goden' is ook te vervangen door 'machten'. De vraag is dan: welke machten en krachten spelen een rol in ons leven en in de samenleving? Welke krachten zijn betrouwbaar? Waarop vertrouwen mensen? Waarop vertrouwen wij, vertrouw jij?'
In de bijbel zijn hier steeds spanningen aan de orde. We wilden kijken naar waar die spanningen over gaan in termen van vandaag. Misschien ken je de verhalen over de god Mammon (grofweg: het geld) of over steun zoeken door mensen bij het Gouden Kalf.

Er is meer aan de hand
Wat ik hier vooral van mijn onkerkelijke en wellicht humanistische, agnostische of atheïstische lezers en lezeressen vraag is het volgende: stel je voor een keer open voor inhoudelijke en achtergrondvragen ten aanzien van een religie, in dit geval het christendom. Probeer mee te kijken naar hoe in zo'n samenhang geprobeerd wordt maatschappelijke en samenlevingsvragen aan te snijden. Denk niet te gauw of blijf niet daarin steken, dat het hier om theologische muggenziifterij gaat of over het oprekken van het begrip religie (Dick Pels in 'Opium van het volk'). Er is zoveel meer aan de hand, wanneer we over religie praten dan dat we alles over één kam zouden kunnen scheren en het enkel in een hokje van achterlijkheid of voedingsbodem voor geweld zouden kunnen plaatsen.
Zelfs vraag ik je niet om neutraal mee te kijken. Kun je ook zien dat er standpunten op het religieuze veld worden ingenomen waar je je bij aan kunt sluiten of juist je tegen af kunt zetten? Het is niet koekoek-éénzang binnen religies, binnen de kerken. Je kunt religie noch in het algemeen wegschrijven of zelfs weg schelden noch als onaanraakbaar beschouwen, want we hebben respect voor mensen. Er kunnen bondgenootschappen ontstaan over grenzen van religie en levensbeschouwing heen, als ook jij het aandurft om gewoon mee te denken en te discussiëren. Laat mensen als mij niet alleen en in de kou staan of sluit ze niet op in een afgesloten 'terrein van de samenleving. Achter de voordeur bij voorkeur. Dat is enkel een versterking van de onjuiste gedachte dat religie koekoek-éénzang zou zijn. Alsof het niet gewoon dwars door de hele maatschappij en alle meningsverschillen en spanningen van ideologische aard heen zou bestaan. Naast andere wijzen van denken en leven, zoals humanisme, agnosticisme of atheïsme. Beschouw mijn bijdrage minstens als informatie die je zo anders niet zou krijgen.

Bevrijdende krachten
Het begrip God en goden krijgt misschien vooral kleur via de aanduiding machten en krachten. Dat is een meer hedendaagse aanduiding van een weliswaar lastig verschijnsel, waar echter volgens mij allen wel zo hun gedachten of vragen bij hebben. Hieronder enkele invullingen van dit begrip, zoals we dat in de bijbel kunnen vinden.

1. In de Tien Geboden komen we een eerste aanduding van het begrip goden in het Oude Testament tegen. Vanwege de fundamentele betekenis van de Tien Geboden voor een verstaan van wat in de bijbel centraal staat (het houden van de Tora) kijken we daar eerst naar. We mogen volgens die geboden van God naast hem geen andere goden dienen noch van wat ook maar in de hemel of de aarde een afbeelding maken waar we vervolgens voor knielen. Ons aan overgeven. Daardoor vereren we die afbeelding als iets dat macht krijgt over ons. Waarom mag dat niet? De Tien Geboden beginnen met de verwijzing naar God als degene die het volk Israël uit de slavernij en verdrukking in Egypte heeft bevrijd (in Marx' Opiumtekst 'zuchtende creatuur'). Andere goden dan God aanbidden wil dan zeggen dat we machten aanbidden die als zodanig niet bevrijdend zijn en die ons wegvoeren van de bevrijdende God. Hem dienen is zich die bevrijding voortdurend realiseren en in de geest van die bevrijding zelf handelen. Andere goden dienen geen bevrijding, maar onderdrukking, kun je zeggen. Op zijn minst is het de vraag in hoeverre dat zo is. Met de filosoof Immanuël Kant: 'cui bono?' Of: voor wie is het goed?

2. In Psalm 82 krijgen we te horen dat God deel uitmaakt van de Raad van Goden. Met andere woorden er wordt door de bijbel wel degelijk van uitgegaan dat er ook andere goden en machten bestaan in  deze wereld. Of er nu uitgegaan wordt van God als de Ene (Deut. 6, dé Joodse geloofsbelijdenis) of niet, doet daar niets aan af. Dat zegt hooguit dat tegenover die andere godenmachten er één volstrekt ándere macht staat: God. Door Joodse mensen voor alle zekerheid met een andere naam aangeduid, opdat we de boel niet door elkaar halen: 'De Naam' of 'de Eeuwige hij zij geprezen' of 'mijn Heer, Adonai'. God oefent in de Godenvergadering kritiek op hen uit. Door wat hij over de andere goden zegt, wordt tegelijk iets gezegd over wie Gód dan is. Samenvattend horen we hem zeggen: 'hoe lang nog oordeelt u onrechtvaardig en kiest u partij voor wie kwaad doen?'

3. In Psalm 115  krijgen we een andere dimensie van verstaan te horen. Ook deze klinkt op allerlei manieren door de hele bijbel heen. De afgoden van de 'heidenen/de volkeren' zijn 'zilver en goud, het werk van mensenhanden, zij hebben een mond, maar spreken niet...wie hen maakten, zullen worden als zij'. Wat hier meespeelt is de gedachte dat goden door mensen gemaakt worden, terwijl Gód ménsen maakt. Hij of zij schept hen naar zijn of haar beeld en gelijkenis. Dat wil zeggen: zij die op hem vertrouwen zullen ook zelf bevrijdend in het leven staan. De goden zwijgen en zijn onbeweeglijk. Je kunt hen roepen wat je maar wilt, maar antwoorden zullen ze niet.

4.  Als laatste voorbeeld een toespitsing van de verschillende benaderingen uit het Oude Testament die in het Nieuwe Testament te vinden is, in Lucas 16. Jezus vertelt een verhaal van een rentmeester die omdraait als een blad aan de boom, als blijkt dat zijn heer niet accepteert, wanneer hij woekerrentes blijft heffen van hen aan wie hij bepaalde goederen te leen gaf. Zij moeten hem boven de prijs terug betalen. Hij keert om en gaat zich als een rechtvaardig rentmeester gedragen. Dat wil zeggen volgens de insteek van de Tora, de wet van Mozes: van 'graaier' wordt hij 'kwijtschelder'. Hij gaat de onmogelijkheid begrijpen van het tegelijk Mammon (= geld, winst, marktwerking) en God dienen. Misschien wordt wel nergens zo duidelijk wat we vandaag met goden en machten te maken hebben als hier. We hebben het vaak niet door of vinden misschien dat het allemaal wel meevalt of ook we werken er bewust aan. Zodra het structureel zo is dat de armen de klos worden van de zich opstapelende bezuinigingen en privatiseringsmaatregelen, van het Neoliberalisme kortom, is er iets mis. Laten we dat zonder protest gebeuren, dan konden we we ons in feite wel eens bezig zijn over te geven aan de macht van Mammon en aanbidden we hem in feite.

'Kerk en crisis'.
Vragen naar wat de (af)goden en machten in deze wereld zijn blijkt tegelijk een vraag naar 'wie is God?' En ook: 'welke weg leidt ten leven en welke ten dode?' Een vraag dus naar het juiste handelen. God en goden leggen elkaar wederzijds uit, als elkaars tegendeel. Met tientallen artikelen valt dit verhaal verder uit te breiden. Die wil ik ook graag schrijven. In ieder geval zal dat gebeuren in het boek dat ik bezig ben te schrijven over de 'zending van de kerk in de buurt, gezien in een globaliserende samenhang' (werktitel). Ik ben beschikbaar om over 'Kerk en crisis' uiteenlopende verhalen te komen houden voor wie daar in geïnteresseerd is. In eerdere blogs heb ik daar al eens van gerept. Onlangs nog schreef ik een artikel over 'Neoliberalisme en de tijdgeest' in het PKN-kaderblad Woord en Dienst.

Han Dijk.

donderdag 14 februari 2013

Laat het van twee kanten komen.

Wil je mijn gezicht zien?
Of: hoe welkom ben ik? Met die vraag lopen heel wat mensen rond. Mensen weten het vaak niet van zichzelf. Besta ik eigenlijk wel? Willen mensen wel dat ik besta? Maar ik besta. Ik kan er voor mezelf niet omheen, ook al zeggen mensen om me heen: het bestaat niet bij ons.

Het intercultureel project 'Laat het van twee kanten komen' organiseerde een avond hierover in Geuzenveld-Slotermeer, samen met de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Aanleiding: de opening van de foto-expositie 'Visible faces' van aankomend journaliste Cigdem Yüksal. Een acht-tal prachtige grote foto's van homosexuele mensen met Turkse achtergrond die deze zomer in een boot aan de Gay-Parade deelnamen.

Avondvoorzitter Jurgen Maas, werkzaam bij de nog-IKON, vroeg aan verschillende gefotografeerden wat hun eerste zin was, toen ze tevoorschijn kwamen met hun bestaan. De fotografe kreeg zelf als eerste de gelegenheid: ' Mijn ouders weten niet dat ik hiermee bezig ben. Ze zullen er moeite mee hebben'. Zij heeft zich als hetero verbonden met de anderen wier bestaan verscholen was of nog is. Een ander antwoordde: 'Een eerste zin bedenken was niet nodig. Ze kwamen er achter dat ik met een vriendin samenwoonde. Ik moest me gelijk verdedigen'. Een derde: 'Het heeft lang geduurd, maar mijn ouders laten me nu met rust, ook al vraagt mijn moeder van tijd tot tijd of ik toch niet beter een meisje kan zoeken en gaan trouwen'.

Vanuit de zaal: 'Het mag niet van mijn religie'. Tegenargument: 'Maar hoe je het ook wendt of keert, ik ben er toch? Ik doe geen vlieg kwaad'. Na afloop zei een van de gefotografeerden: 'Fijn dat de tegenpartij er ook was'. Anderen, waaronder vooral jongeren, waren blij met het levendige gesprek. In de kring van mensen op deze avond waren ze tenminste welkom. Een vervolg is wenselijk.

Feest
Onlangs, woensdag 6 februari jl., vierden we in de buurt 10 jaar 'Laat het van twee kanten komen'. www.vantweekantenkomen.nl Nog steeds een enthousiasme teweegbrengend intercultureel en interreligieus buurtproject. Op een Nieuwjaarsreceptie van buurtopbouwwerk Stichting Buurtbelangen kwam het idee hiervoor ooit ter sprake in een gesprek tussen buurtopbouwwerker Mehmet Arslan en mijzelf. Hij had ook al een tijdje met zo iets rondgelopen. Sinds mei 1997 was er wel al een Intercultureel Netwerk. Probleem met dat Netwerk was de logheid ervan. Je kon er niet zomaar bij en zeker niet als belangstellende persoon zonder binding aan een organisatie. Het was een afgevaardigdenorganisatie. Kon dit werk niet wat losser georganiseerd worden? Zeker met basis in diverse buurtorganisaties, maar ook met de mogelijkheid van persoonlijk aanhaken. Kon dit werk niet wat meer armslag in de buurt krijgen? Uiteindelijk werd eind januari 2003 de eerste avond georganiseerd. Op de feestbijeenkomst waren zo'n veertig persoonlijk genodigden aanwezig om van hen te horen hoe het er nu voorstaat en of er uit hun midden ook zouden zijn die mee wilden helpen organiseren.

Als illustratie van een avond heb ik hier mijn Kerstblog afgedrukt. Deze kwam tot stand op het verzoek om bij te dragen aan de Kerstvoorbereiding van 2012. Het vormde een aflevering van een serie blogs die toen op de website van de Amsterdamse Protestantse Gemeente werden gepresenteerd. Het thema was voor iedereen 'Welkom'.  www.protestantsamsterdam.nl
Verder nu een tekst die ik gemaakt heb ter gelegenheid van Tien Jaar 'Laat het van twee kanten komen', over haar geschiedenis. Op dit moment ben ik een van de weinigen die vanaf het begin bij het project betrokken zijn en daar mee leiding aan geven. De huidige voorzitter, Luuk Wieringa, noemde mij in zijn feestrede 'een van de founding fathers''. Omdat dit project sterk mijn hart heeft, vervulde die aanduiding mij met een beetje trots. 'Ja, hier wil ik graag op aangesproken worden'. Met een glimlach ontving ik dit compliment.

'LAAT HET VAN TWEE KANTEN KOMEN'
Wat vooraf ging
Aan het Intercultureel Netwerk werkten diverse migrantenorganisaties en buurtinstellingen mee om elkaar over culturele grenzen heen te leren kennen en bij te dragen aan verbetering van het buurtklimaat. In formele zin ontstond het als organisatie uit een samenwerking tussen Wijkopbouworgaan Stichting Buurtbelangen (Suzanne Hazen), Welzijnsorganisatie IMPULS (Daniël Penroz) en de afdeling Communicatie van het Stadsdeel (Boris del Valle). Het formele doel was om een fundament te leggen onder een convenant met migrantenorganisaties in verband met het verkrijgen van subsidies.
Verschillende thema's werden op de Netwerkbijeenkomsten aangesneden. Veelal met een wethouder of ambtenaar erbij. Het Netwerk organiseerde interculturele festivals en cursussen over hoe bij te dragen aan het uitoefenen van politieke verantwoordelijkheid.
Als eerste fase van gericht intercultureel werk had het grote waarde. Verschillende mensen en organisaties leerden elkaar kennen via onderling gesprek en gezamenlijke activiteiten. Toch ontstond er behoefte aan een wendbaarder verband. Een personencomité in plaats van een toch wel ietwat log Netwerk op basis van afvaardigingen. Aanvakelijk waren namelijk de organiserende organisaties en migrantenzelforganisaties lid van dit Netwerk. Kerk- en buurtwerkgroep STIMULANS (buurtkerken) mocht op eigen verzoek ook lid worden.

De gebeurtenissen van 9/11
Een maand na de 11e september van 2001 en dus naar aanleiding van de aanslagen op het WTC in New York organiseerde het Stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer onder leiding van Wethouder Welzijn Anton Ederveen een bijeenkomst met Turkse en Marokkaanse zelforganisaties, kerken en moskeeën. De vraag: zijn de spanningen tussen verschillende bevolkingsgroepen nu ook toegenomen?
Verschillenden maakten duidelijk dat het belangrijk was om vaker bij elkaar te komen voor gesprek. Dit leidde in het Intercultureel Netwerk vervolgens in Voorjaar 2002 tot het zetten van een stap verder in de organisatie en tot de wens om meer mensen in de buurt bij het gesprek te betrekken. Ederveen wenste eveneens een voortzetting van de besprekingen van kerken en moskeeën in het verlengde van de bijeenkomst in oktober 2001.
Aangezien het Intercultureel Netwerk al bezig was groepen bij elkaar te brengen is het initiatief van de Wethouder opgenomen in een interreligieuze subgroep van het uit het Netwerk voortkomende nieuwe project. Twee verbanden op intercultureel en interreligieus vlak in één Stadsdeel werden niet als zinvol ervaren.
Ondertussen waren buurtopbouwwerkers Fonsa Hoogeveen en Mehmet Arslan leidende figuren geworden in de Srichting Buurtbelangen. Zij leidden de algemene vergaderingen van het nieuwe project. Han Dijk (STIMULANS) werd voorzitter van de interreligieuze subgroep. De noodzaak om tot interculturele en interreligeuze dialoog te komen werd meer dan ooit in de jaren daarvoor gevoeld. Het bevorderen van de sociale cohesie zou wel eens preventief effect kunnen hebben, om te voorkomen dat individuen in een 'precaire' situatie terecht komen en in zijn/haar omgeving een ongewenste spanning gaan veroorzaken.

2003 en verder 
Het project 'Laat het van twee kanten komen' dat nu ontstond is gaandeweg uitgegroeid tot een stevige en enthousiaste groep mensen die regelmatig thema- en debatbijeenkomsten weet te organiseren. Met soep vooraf. Steeds rond de vijftig á zestig mensen nemen minimaal deel. De 'soep vooraf' is kenmerkend voor de bijeenkomsten. Het bevordert onderling contact tussen de bezoekers. Daarnaast zijn er Dialoogavonden. Deze zijn gericht op meer direct interpersoonlijk gesprek. Diverse keren samen georganiseerd met de Stichting AFAK (van Marokkaanse origine) en tevens enkele keren samen met Stichting Kizilirmak (van Turkse origine).
Een zich ontwikkelende loot aan dit werk is armoedebestrijding. Dit komt voort uit de gedachte dat samen een gezamenlijk buurtprobleem aanpakken een andere manier is om met elkaar in contact te zijn. Niet enkel praten, ook doen. Voor zover mogelijk samen met het Stadsdeel. Na twee Armoedeconferenties (juni 2009 en december 2010) is er een Fonds Acute Nood opgericht in nauwe samenwerking tussen STIMULANS, de Voedselbox en de Protestantse Wijkdiaconie. Andere vrijwilligersorganisaties worden nog benaderd.
Bij de Dialoogavonden en aanvankelijk ook bij de Armoedebestrijding krijgt (kreeg) het project ondersteuning van diaconaal consulenten van de stedelijke Protestantse Diaconie (resp. Joke Jongejan en Hans Krikke). Het Intercultureel Netwerk is opgeheven in maart 2004. De project-organisatiegroep is als opvolger een Interculturele Werkgroep geworden.

De zin van dit alles
Levert het nu allemaal ook wat op? Dat willen afrekenaars van vandaag in kerk en buurt nog wel eens weten. Luuk Wieringa zegt in zijn feestrede:
1. Hoe kun je zoiets meten? Wij doen waar we plezier in hebben en ontmoeten plezier bij anderen.
2. U bent hier (veertig mensen uit alle hoeken en gaten) in deze diverse samenstelling. Het lukt wel degelijk om mensen in dit Stadsdeel met elkaar in gesprek te krijgen, hoe verschillend ook, met hoeveel botsende belangen ook.
3. Het glas is halfvol en halfleeg. Halfvol: Mensen uit alle hoeken en gaten komen bij elkaar. Vrouwen spreken en mannen luisteren. Half leeg: de algehele situatie is niet echt verbeterd in de afgelopen tien jaar. Maar ligt dat aan ons? Gewoon doorgaan!

Boris del Valle leerde mij/ons scherp onderscheid te maken tussen multicultureel en intercultureel. Multicultureel IS de samenleving, een niet te veranderen feit. Inter-cultureel is iets waar je naar kunt streven: Ontmoeting tussen culturen. Die is er niet vanzelfsprekend. 

Han Dijk

















zondag 6 januari 2013

Writing is a pleasure to me.

It is a half year ago now that I wrote especially to you a blog, my friends from far away who I know from Facebook, AirBnB and LinkedIn. Friends also I know from long ago and different occasions in the course of time. Friends I love, but who mostly could not read some text from me, which is further going than the daily news, so to say. Many greetings to you.

It is the beginning of a new year also. Let me start with that fact.
I wish you all have it good next year. All of you in your own different context. In Indonesia, Brazil, South Africa and Alaska. In Russia and France, Italy and Norway, Great Britain, Ireland and Germany. Whereever. That the contexts are so differrent I realized last month in a correspondance I had with one of my South African friends. It was summer there (winter here) and she was glad that it was raining. We would love to see that it is dry and warm (not hot), when we have summer here. For us rain is a sign of a bad summer. Also of a bad winter, by the way, like we have in our region now. For her rain was welcomed, because it had been for a very long period so dry, too dry. Rain, water as a costful chrystal. In a country and part of the world, where we have far too much from water, it is also good to realize again that we in a way really might be thankful to that. And not only, because it is so nice to see, like here in Deventer. The river IJssel is very high again and has become nearly a see. People talk about it and love the sight, like they love their lively old pittoresque town, which is belonging together.
So, I wish you all have it good next year. All of you in your different context. Good with your friends and family, good in your societies. I hope that everywhere in the world we manage to connect with others of good will and find effective ways to struggle the unrighteous side of our societies. Just also, because everywhere in the world we are confronted with the same structures which make the rich even richer and the poor even poorer. I come back at this point later on in this blog, because it is a main action-theme in my life anew.

Between Christmas and now I had to try and write different texts. Not easy to find time to that now, because Christmas and Silvesterabend/NewYearsEve were in the middle of the week. This text is one of the three texts to write. The other two I will say something about. They together show important sides of my work on the moment. Also can they be seen as examples of how I can be writing at my book and at the same time I am not directly doing that.

1. Manifest-action 'for social in stead of liberal politics'. 
Summer last year me and some friends took as church-people the initiative for a Manifest with this title. The 12th of September there were elections for our national parlement. The strong flow of reactions from at least half part of the people we asked to subscribe this manifest (about 60 people) has warmed us as the ones who took the initiative. We are some few months further. There has come a strange government: Right-wing Liberals and Social-Democrats together. Allthough the Social-Democrats said they wanted to stop neoliberal measures, they are supporting them now in the government-statement. A real anti-neoliberal party, the Socialist Party, was at first very big in the polls, but fell back into their amount of seats they allready had (15 seats, that is 10%). An other strange thing with these elections.
We  plan now to open a site where people can go on uttering their views or questions about the direction that should be found for actions against Neoliberalism in general and the expressions of that ideology in concrete government-measures. We will start this new interaction with a text concerning the evaluation of this Manifest-action and what kind of followup is needed (one of the texts I shall write in these days). We are curious whether again there will be many or at least quite a few who will give their reaction. Furtheron: This interactive activity might function as a kind of collective preparation of a debate-meeting somewhere in March or April. We are organising this meeting together with an other organisation, the congregation of Huub Oosterhuis, De Nieuwe Liefde (link). Huub Oosterhuis is in many christian circles all over the world among other things well known as church-songwriter. 'We' that is the Association for Theology and Society (VTM) (link).
Important at this meeting is that we find quite known people from left-wing parties and trade-unions to join us and by that open the public to not only christian people. Important is also that we now not only analyse our society, also in its globalizing dimensions, but analyse with an eye on how effectively to fight the asocial or even anti-social sides of this ideology and practice. Maybe we can also start a view on in what perspective there are some good sides in this marketcentrism. Cooperation between left-wing parties and movements as well as trade unions can not only be a nice word for elections, but need to be based in actions at the grass roots. In many countries you see big action-movements against the crisis, like in the South of Europe. Also were there the initiatives of the movement 'Occupy'.  In different christian circles are many austerity-measures as well looked upon as not good.

2. View at the future of my congregation.
As a journalist I am writing and will write some articles in papers/magazines about the themes connecting to above mentioned ones. As a minister in my congregation in the last period I had to write a text on the future of this united protestant congregation. The concrete future, because my colleague and I myself will be still in this work for about five years. We both will arrive then at the age of a pensionado and so will leave the active work as a minister. But also more abstract a view on the future of a congregation in which many older people are still quite active and do a lot of work together. When there does not happen anyhing, the question will be also in about say five years, whether there will be still enough to do the work.
Main themes in this congregation are: being church in the neigbourhood - an open and hospitable congregation, directed upon meeting people and creating community. There is a tension in how people see these main themes. Consciously wanting to be church in the neighbourhood can be looked upon from within the church (then we look at how we can get people in into the church?) and from out of the neighourhood and the questions there (interculturality, poverty, loose communityfeeling and how they influence the way of being church). Community can be looked upon especially as directed on the congregation itself and also as contributing at community in the neighbourhood together with others. I find it important that differently oriented congregation-people find each other here and accept that both ways of looking just exist. When we accept that from each other there can grow a common feeling of motivation. We accept each other in each of our ways of looking and so there can be a common fire in the work.
Important in my view is that we choose for quality in the work, so a common drive based upon theological views and our concrete history. There is the tendense to choose for quantity. Thinking in terms of how to get more people in the church and so: how to generate more money to conserve the church. What kind of church is in that view not important. I want a church and not a group without any qualitative direction and orientation.

Finishing touch
There must be a finishing touch so steady on. I am writing a book on 'the mission of the church in the neighbourhood, seen in a globalizing context'. In these textparts you can see both dimensions of the direction I am planning to follow in my book. Writing the book is before other things reflecting about my work as a minister and together with my congregation. This reflection goes all the time again in a different way. Sometimes I must first create a practice on which I afterwards reflect. Sometimes is it the other way around: my theoretical reflections on my work and its societal context are helping me to formulate directions and concepts for my work and for the work of my congregation. Reflecting on Neoliberalism is reflecting on the globalisation of the world and reflecting on the context in which the church has to be church.
There is not always time to just write at my book as such. And sometimes are all kind of other texts in fact allready writing parts of my book. A complicated, but very interesting way of working, I feel. It is only not easy to answer questions of people on 'how is the book going?' or 'how is the writing going?' None of the texts I had or still have to write in this period f.ex. are texts which go directly in into my book. At the same time I am busy writing my book.
There are or can be also other themes I am working at. In these days and in between other things I am writing smaller stories about whatever, where I try to reflect atmospheres in daily life or about what I see, when I am travelling. Just now I started looking after publishers who might be interested to publish these stories.

Have it all good, Han